Killing machine van kankercellen

Archief / Bedrijf belicht / Verdien / 30/06/2017

 

Met 54 man behaalt het Utrechtse biotechbedrijf Merus een beurswaarde van bijna een half miljard dollar. ‘Dan ben je geen fietslampjes aan het verkopen.’ Afgelopen jaar ging het bedrijf van oprichter en CEO Ton Logtenberg naar de beurs in New York, dit jaar staat in het teken van het verslaan van tumoren. 

Topman Ton Logtenberg loopt in een vertrek met aan weerszijden grote metalen kasten die ogen als ouderwetse archiefkasten. Hangmappen in het lab van een biotechbedrijf? De CEO wijst op een ronde thermometer in de bovenhoek van een van de kasten: min 80 graden Celsius. Vriezers. Dit is een bibliotheek met miljarden verschillende antistoffen, dat wil zeggen: in reageerbuisjes of genetisch gemanipuleerde muizen nagemaakte afweerstoffen om ziekten te verslaan die het menselijk lichaam zelf niet kan weren. Het hart van de business.

De ruimte is verlaten, net als het aangrenzende lab waar kegelvormige flessen, buisjes met gekleurde vloeistoffen en pipetten op de bureaus staan. Het is twaalf uur, de medewerkers zijn aan het lunchen. Merus, sinds afgelopen voorjaar genoteerd aan de Amerikaanse technologiebeurs Nasdaq, is pas verhuisd naar dit gloednieuwe bedrijfsgebouw in de Utrechtse universiteitswijk. Organisch gevormde roomwitte trappen verbinden vier galerijen waaraan glazen kantoren grenzen, de smalle plafonds zijn afgewerkt met hippe schrootjes. Dit is een broedplaats, of liever: incubator, voor biotechstartups. De bovenste twee verdiepingen zijn van Merus. ‘Wij zijn de grote broer met de successtory,’ zegt Logtenberg (58).

Ook hier gevestigd is de mediagenieke stichting Hubrecht Organoid Technology (HUB), opgericht door Logtenberg en de geneticus Hans Clevers Deze stichting ontwikkelt mini-organen om de werking van dure medicijnen te testen. Het zijn een soort persoonlijke proefkonijnen. Met een stukje weefsel uit het zieke orgaan van een patiënt wordt in een reageerbuisje een miniatuur van dat orgaan opgekweekt. Daarna wordt gekeken of het beoogde middel aanslaat.

Aan mooie publiciteit geen gebrek. Zoals het verhaal van de zeventienjarige jongen met taaislijmziekte in De Wereld Draait Door. Door zijn genetische afwijking kwam hij niet in aanmerking voor een medicijn dat tonnen per jaar kost. Totdat een door de stichting gekweekte minidarm bewees dat het middel werkte. Hij kreeg het medicijn. ‘Nu hockeyt hij weer,’ zegt Logtenberg. ‘Misschien een beetje een tearjerker, maar een ongelooflijk belangrijk resultaat.’

Drie Nederlandse zorgverzekeraars hebben begin dit jaar 3 miljoen euro aan HUB toegezegd voor het opbouwen van een grote collectie van mini-organen van patiënten met taaislijmziekte. Hij is er nog enigszins van ondersteboven. Die daad mag revolutionair zijn, de investering zelf valt in het niet bij de 200 miljoen dollar (188 miljoen euro) die Merus eind vorig jaar overgeschreven kreeg van het Amerikaanse farmacieconcern Incyte. Een investering die ongeveer even groot was als de toenmalige beurswaarde. Merus stootte door tot de top-3 van biotechbedrijven in Nederland, naast concurrenten Genmab en Galapagos.

In Utrechtse kringen wordt Logtenberg bewierookt als de succesvolste wetenschapper-entrepreneur die de universiteit heeft voortgebracht. Twintig jaar geleden wekte zijn ondernemingszin nog wantrouwen. In de Verenigde Staten had hij geleerd hoe je wetenschappelijke theorieën omzet in praktische toepassingen, eerst als postdoc en later als onderzoeker bij een medisch technologiebedrijf in Palo Alto, hartje Silicon Valley.

Twee biertjes

‘In Nederland was dat toen nog heel raar,’ zegt hij. ‘Je was hoogleraar of ondernemer, een mengvorm werd niet goed begrepen.’ Hoe anders was dat in Palo Alto, waar hij eens na twee biertjes zijn ideeën deelde met een investeerder die daar toevallig ook aan de bar zat. ‘Die wilde meteen geld op tafel leggen.’ Logtenberg was medeoprichter van vaccinmaker Crucell, die in 2000 naar de beurs in Amsterdam en New York ging. Tien jaar later werd het bedrijf voor 1,75 miljard euro ingelijfd door de Amerikaanse farmaceut Johnson & Johnson. Maar toen was Logtenberg er al lang weg. Hij zag meer heil in de ontwikkeling van antistoffen, toen de grote doorbraak in de biomedische wetenschap.

Hoe dat werkt? Als een bacterie of virus het lichaam binnendringt, maken we doorgaans zelf eiwitten aan om die vreemde organismen eruit te werken. Bij kankercellen hapert dit systeem. Het lichaam kan ze niet goed opsporen. In het lab worden antistoffen gemaakt die zo’n tumor wel zien. Als je die inspuit, doen zij wat doorgaans het eigen
afweersysteem doet.

Meer dan de helft van de best verkopende medicijnen maakt gebruik van deze benadering. Merus ontwikkelt een effectievere versie, de bispecifieke antilichamen. Logtenberg: ‘Kankercellen zijn slim Ga je ze op één punt aanpakken, dan muteren ze snel, zodat het niet meer werkt. Met bispecifieke antilichamen val je ze op verschillende manieren aan. Zij kunnen bijvoorbeeld een bruggetje vormen tussen tumorcellen en afweercellen, zodat die de tumor alsnog aanvallen. Het menselijk afweersysteem is een waanzinnige killing machine. Maar het moet wel weten waartegen het strijdt.’

Het kost jaren van geldverslindende ontwikkeling voordat zo’n medicijn over de apothekersbalie gaat. Logtenberg begon in 2003 met Merus. Voor het ontwikkelen van de technologie trok hij zo’n vier jaar uit, daarop volgde langdurig onderzoek of het medicijn ook in een volume van duizenden liters zou kunnen worden gemaakt. Logtenberg: ‘Je kunt wel ingewikkelde moleculen in elkaar knutselen in een lab, maar opschalen moet ook lukken,
anders heb je straks geen product.’

In 2010 was wat hij noemt ‘de gereedschapskist’ klaar en ging Logtenberg de boer op om internationale investeerders warm te maken voor kapitaalinjecties in de ontwikkeling van het middel. De grote internationale farmaconcerns en Amerikaanse investeerders hapten toe. Dit wordt een belangrijk jaar, zegt de CEO. Enkele middelen worden nu getest op patiënten met uiteenlopende tumoren. ‘We moeten dit jaar signalen krijgen of het werkt. Hierop zitten investeerders en analisten in de Verenigde Staten te loeren.’

In de tussentijd spuit het geld er aan alle kanten uit, terwijl er niets wordt verdiend. ‘Net als alle biotechbedrijven
maken wij alleen maar heel erg veel geld op. Op dag één na een financiering denk je: fijn dat het is gelukt. Op dag twee ga je over de volgende financiering nadenken.’ Bijna elke maand gaat Logtenberg wel op roadshow door de Verenigde Staten om investeerders te ronselen. Die hebben diepere zakken en weten veel meer van het vakgebied af dan investeerders in Nederland en de rest van Europa, merkt hij aan de reacties. Vandaar ook dat hij Times Square, New York, vorig jaar verkoos boven het Damrak in Amsterdam. Meer gedoe, maar een rijpere markt.

Merus haalde bij de beursintroductie minder geld op dan verwacht. Volgens Logtenberg zat het beursklimaat tegen. Dat daarvan in de vaderlandse pers zo’n punt werd gemaakt, ergert hem. ‘We zijn in Nederland nogal zuurpruimerig.’ Zo’n notering draait niet alleen om toegang tot de kapitaalmarkt maar minstens evenzeer om zichtbaarheid bij andere investeerders, aldus de CEO, die fijntjes wijst op het veelvoud van de emissieopbrengst die Incyte nog geen half jaar later in Merus pompte.

Juridisch gevecht

Was het niet makkelijker geweest om zich indertijd meteen in Amerika te vestigen? Makkelijker vast. Maar Logtenberg heeft een beetje een missie, zegt hij. Ook in Nederland moest die stap van wetenschap naar ondernemerschap maar eens worden gemaakt, vond hij. ‘Uit een patriottisch gevoel ben ik gebleven. Maar achteraf gezien was het makkelijker geweest om in de Verenigde Staten te blijven. Ik heb hier heel wat gevechten geleverd.’ Aan de Oostkust opent dit jaar wel een filiaal van Merus, met een man of tien personeel. ‘Als je niet in Amerika zit, blijf je toch een Europees bedrijf, hebben we gemerkt. Je moet daar een netwerk hebben.’

Over Amerikaanse toestanden gesproken, dat Merus niet eerder naar de beurs ging, was ook te wijten aan een juridisch gevecht met de grote Amerikaanse concurrent Regeneron. ‘Denk aan die vreselijke Amerikaanse rechtbankseries, en dan tien keer erger,’ verzucht Logtenberg. Om te bewijzen dat Merus een patent zou hebben geschonden, kwamen dure New Yorkse advocaten de Utrechtse burelen doorzoeken. ‘Onze medewerkers werden
soms wel zes uur lang ondervraagd. Daar zit je dan als wetenschapper. En dan wil je ook je werk blijven doen, dat is nogal een klus.’ De zaak werd in Merus’ voordeel beslist, maar kostte twee jaar stress en miljoenen euro’s aan advocaten. ‘Geld dat niet bijdraagt aan de business. Dan heb je wel wat uit te leggen aan je investeerders.’

Farmaceuten azen wereldwijd op succesvolle biotechbedrijven. Of ze bij Merus al aan de poorte rammelen? Dat kan hij niet prijsgeven, want het is koersgevoelige informatie. Meer in het algemeen kan hij zeggen dat overnames doorgaans aan de orde zijn op het moment dat de ontwikkelde middelen in de klinische fase zitten, dus op patiënten worden getest. ‘Ze willen liefst nul risico.’ Zelf vindt Logtenberg het prettig werken in een kleine organisatie. ‘Wij zijn plat als een dubbeltje en daardoor kunnen we supersnel beslissingen nemen. Met 54 man personeel hebben we een beurswaarde van bijna een half miljard dollar. Dat is enorm. Dan ben je geen fietslampjes aan het verkopen.’ Dus geen overname? ‘Liever niet, maar je houdt het niet tegen.’

Barista

Op het binnenplein van het atrium staan grasgroene poefjes. Een groepje jongemannen dromt rond de barista. Logtenberg zou ze niet graag missen, de contacten bij het koffieapparaat met de biotechondernemers die hier hun eerste schreden zetten. Inspirerend, vindt hij. Maar de vraag is hoelang Merus het hier uithoudt. Op korte termijn wil het bedrijf vijftien nieuwe mensen aannemen. Het wordt vol. Veertig van de vijftig collega’s zijn academicus,
de meesten van hen gepromoveerd. ‘Gepassioneerde, leuke mensen,’ zegt Logtenberg. ‘Niet zo nerdy als je misschien zou denken.’ Tijdens de lunch hebben ze het echt niet alleen over het vak. En ze doen leuke dingen. Zo gingen alle
medewerkers begin vorig jaar een week met elkaar skiën in Oostenrijk. En, konden ze het? ‘Meer dan de helft stond voor het eerst op de ski’s,’ zegt Logtenberg. ‘Gillende pret.’










0 Reacties


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

2 + vijftien =

Tags: ,

Lizanne Schipper
Lizanne Schipper
Lizanne Schipper belicht voor Juist maandelijks een interessant bedrijf. Schipper studeerde algemene letteren in Utrecht en specialiseerde zich in de Nederlandse en Franse letterkunde. Voor het laatste vak verbleef zij enige tijd in Parijs. Nu vis in het water in de wereld van personal en corporate finance, economie, bedrijfsleven en carrière.




Vorige artikel

In gesprek met Dick Moby

Volgende artikel

Wereldburger Marokko: 'Iedereen komt hier aan z'n trekken'





Misschien vind je deze ook leuk


Volgende artikel

In gesprek met Dick Moby

Door hippe brillen te verkopen die op een duurzame manier zijn gemaakt, geven de mannen van Dick Moby afval weer waarde....

29/06/2017