Peter-Paul Verbeek: ‘We kijken hier over de rand van de toekomst’

Weet / 01/02/2017

 

Techniekfilosofie… Laat je niet door het woord afschrikken. Hoogleraar en onderzoeker aan de Universiteit Twente Peter- Paul Verbeek (45) bekijkt hoe technologie ons leven beïnvloedt en hoe we moeten omgaan met al die nieuwe ontwikkelingen die onze tijd definiëren, zoals de vuistbijl en de ploeg dat in het verleden hebben gedaan.

Over het parkeerterrein van de Universiteit Twente loopt een lapjeskat zonder oren. Zeker ontsnapt uit een van de geheimzinnige locaties met namen als Cubicus, The Gallery, Hogedruk Laboratorium, waar vast allemaal futuristische proeven worden gedaan. Het is maar goed dat er een filosoof en ethicus aan de universiteit is verbonden: Peter-Paul Verbeek, die meteen zegt dat er juist maar heel weinig dierproeven worden gedaan. Verbeek ziet er ondanks zijn indrukwekkende reeks academische titels – professor doctor ingenieur – heel toegankelijk uit. Met zijn krullen, brilletje en zwarte spijkerbroek zou hij ook een student kunnen zijn. Hij praat met een vage zachte g en heel soms met een klein stottertje, lacht vaak luid en vrolijk.

Verbeek is co-directeur van het DesignLab, een modern gebouw met veel groen. ‘De filosofie hier is science to design for society,’ zegt hij. Maar dan wel hip geschreven als science2design4society. In het lab, dat één jaar bestaat, worden wetenschap en samenleving verbonden door design en daarop ziet Verbeek toe.

Het is niet bepaald een omgeving waar je verwacht de naam van de Griekse wijsgeer Aristoteles (384-322 v.Chr.) te horen. Toch speelt hij hier een rol. Het lab wordt geleid door drie directeuren: één voor het design, één voor de wetenschap en Verbeek voor het maatschappelijke aspect. ‘We kijken hier over de rand van de toekomst,’ zegt hij. Verbeek werd geboren in Middelburg en groeide op bij Den Bosch. Zijn vader was een uitgetreden jezuïet. ‘Ik ben katholiek opgevoed. Ik geloof niet in God, maar ik heb wel een sterke sensitiviteit voor religieuze dingen meegekregen.’

Hij wist op school niet of hij nu alfa of bèta was en kon niet kiezen. ‘Ik had beide klassieke talen in mijn pakket, want ik wilde oude talen studeren. De Klassieke Oudheid vind ik nog steeds fascinerend. Ik was altijd aan het knutselen, programmeren. Radiootjes maken. Eerst wilde ik natuurkunde studeren, sterrenkunde, Nederlands, filosofie. En toen ontdekte ik in Twente de opleiding wijsbegeerte van wetenschap, techniek en samenleving. Alles bij elkaar!’ Opgewekte lach.

Wat heeft filosofie met techniek te maken? Alles, volgens Verbeek. Hij promoveerde op een proef-schrift getiteld De daadkracht der dingen, vertaald als What Things Do.

‘De filosofie van nu moet wel iets met techniek, want technologie definieert deze tijd, zou ik zeggen. En als filosoof heb je toch de ambitie om je tijd te begrijpen en om mensen kaders aan te bieden om de wereld te snappen en keuzes te maken.’ Zoals andere perioden in de geschiedenis werden gedefinieerd als de tijd van de vuursteen, de vuistbijl, de ploeg, is onze tijd de periode van de technologie.

En dan kun je, zoals mensen wel doen, roepen dat een bepaalde ontwikkeling niet mag of te ver gaat, maar dan ben je eigenlijk al te laat. Dan ís het er al. ‘De techniek ontwikkelt zich toch. Dus je kunt niet zeggen: stop. Nieuwe technologieën geven nieuwe verantwoordelijkheden. Het heeft geen zin om ertegenin te gaan. Je moet erkennen dat technologie zo’n sterke kracht is, dat je moet leren ermee om te gaan. De ethische vraag is dus niet alleen: mag het wel? Maar vooral: hoe moeten we er goed mee omgaan?’

Neem nu het volgende voorbeeld. Onlangs werd Verbeek gebeld door zijn collega Albert van den Berg, biochemicus. ‘Die is bijna in staat om sperma te scheiden in een X- en een Y-chromosoom. Dan kun je het geslacht kiezen van je ongeboren kind, 100 procent zeker. Dat is verboden in Nederland, dat willen we blijkbaar aan het lot overlaten. Het was tot op heden ook geen betrouwbare technologie, maar dat wordt het wel. Ik denk dat het zal leiden tot een wetswijziging.’

Veel mensen zullen terugdeinzen bij de gedachte om zo’n ingreep te plegen. Waarom niet gewoon laten gebeuren wat de natuur heeft beschikt? Is het een verbetering als we de sekse van ons kind kunnen kiezen? Is dat ethisch? Daarmee zat Van den Berg ook in zijn maag, vandaar dat hij contact zocht met Verbeek.

Kuikenversnipperaar
‘Het is een technologie die er onherroepelijk aankomt. Vooral in de veehouderij is het ethisch om sperma wél te scheiden. Denk maar eens aan de honderdduizenden haantjes die we elke dag door de kuikenversnipperaar draaien. Die kunnen geen eieren leggen, dus daar hebben we niks aan. Die worden straks niet eens geboren, wie kan daartegen zijn? Het verschil tussen sperma van een mens of een kip is nou ook weer niet zó groot.

De vraag is dus: wat zou er in onze maatschappij gebeuren als we dat gaan doen? Als ethicus moet je dat proberen te begrijpen. Ik heb zelf vier zonen, met wie ik heel blij ben. Maar wie weet, is het over honderd jaar juist immoreel om zo’n eenzijdig samengesteld gezin te hebben.

‘Hoe verandert onze relatie met onze ongeboren kinderen als hun geslacht een keuze wordt in plaats van een lot? Het is je kop in het zand steken om te zeggen dat het immoreel is.’

De komst van de anticonceptiepil, ook geen geringe ingreep in de natuur, heeft de verhoudingen in de maatschappij blijvend en ingrijpend gewijzigd. En het gebruik van die pil is onbetwist. Het heeft geen zin om tegen zulke ontwikkelingen te zijn. In het Verenigd Koninkrijk van de negentiende eeuw gooiden de zogeheten Luddites hun klompen in de nieuwe machines die de komst van de industriële revolutie aankondigden. Misschien begrijpelijk, maar zinloos. Technische ontwikkelingen zijn onvermijdelijk.

‘We moeten niet achter de feiten aanhollen en roepen: dat is onaanvaardbaar! De kunst is om open te blijven kijken naar wat er gebeurt en wat er op het spel staat. Ik wil naast die ontwikkelingen staan en noem dat het ethisch begeleiden van technologische ontwikkelingen.’

Verbeek grijpt graag terug op de oude Grieken. Die ging het niet om de vraag: wat mag ik doen, maar om: wat is een goede manier van leven? ‘Aristoteles vond dat je moest zoeken naar het goede midden. Dat is precies de ethiek waarnaar ik zoek. Dat betekent niet dat je je losmaakt van je omgeving, maar dat je alle krachten die op je worden uitgeoefend, serieus neemt en daarmee goed en verantwoord probeert om te gaan.’

Koekeloeren
Hier doemt onvermijdelijk het beeld op van mensen die continu naar hun smartphone zitten te koekeloeren, al bevinden ze zich in de mooiste omgeving denkbaar. Die mensen zijn onderworpen aan hun telefoon en zouden gek worden als het ding werd afgepakt. ‘Ja, dat is typisch een voorbeeld van de sterke kracht die technologie op ons uitoefent. Daarover zijn allemaal boeken geschreven. Google maakt ons dom. Alone together. Misschien zijn die boeken een stap in een leerproces, maar het is voor mij vooral de vraag hoe we iets gebruiken, en niet óf we dat doen. Hoe beheer je de kracht die ervan uitgaat?

‘Ongetwijfeld zullen er blijvende veranderingen zijn in onze omgangsvormen. We vinden het nu allemaal vervelend als we met iemand praten die constant op zijn telefoon kijkt. Dat wordt minder aanvaardbaar. En als mensen het wel doen, stop je even met praten en wacht tot ze klaar zijn. We ontdekken dus dat aandacht voor elkaar exclusief is. Er ontstaat een soort economie van de aandacht, dat vind ik mooi om te zien. Mensen zetten hun notificaties uit in vergaderingen, pakken de telefoon niet aan als ze met iemand praten. Daar heb je voicemail voor.’

Zoals andere perioden werden gedefinieerd als de tijd van de vuursteen, de vuistbijl, de ploeg, is onze tijd de periode van de technologie

Onze omgang met de smartphone toont aan dat, zoals Verbeek zegt, technologie en ‘dingen’ niet neutraal zijn. Wij bedenken het en vervolgens gaat er een kracht van uit, waarmee wij moeten leren omgaan.

De echoscopie van een ongeboren kind is volstrekt ingeburgerd. Wie nu in verwachting is, krijgt met twintig weken een gratis echo. En dat is een heel gedetailleerde blik op dat kind. ‘Een screening van het hele lichaam, je kent het geslacht en ook eventuele aangeboren aandoeningen. Ik heb gelezen dat mensen een kind met een hazelip dan ook niet laten komen. Dat ziet er naar uit op zo’n foto, maar je kunt er later iets moois van maken. Zo’n echo zorgt dan voor een paniekreactie, en met twintig weken heb je nog maar heel weinig tijd om na te denken over wat je moet doen.

‘Dit organiseren we niet goed. Laat mensen een formulier invullen over wat ze wel en niet willen weten. Laat het gezichtje niet zien. Of vraag of ze dat willen zien.

‘In mijn persoonlijke leven hebben we daarover ook een keuze gemaakt. We hebben vier kinderen. Elke zwangerschap kwam er meer prenatale diagnostiek. Bij de eerste drie hebben we niets willen weten, elk kind was welkom. Maar bij de vierde zwangerschap dachten we: we hebben al een groot
gezin. Als er iets is, willen we ons daarop kunnen voorbereiden. Misschien moet een van ons zijn baan opgeven, of minder gaan werken.’

Ooit vonden mensen het dragen van een bril een onaanvaardbare ingreep in de menselijke natuur. Dat is ook nu steeds aan de orde: nieuwe ontwikkelingen zouden vaak onnatuurlijk zijn, en daar komt verzet tegen. Verbeek ziet dat als een begrijpelijke, maar romantische en foutieve reactie. Want wat is er nou eigenlijk natuurlijk aan de mens? ‘We komen totaal hulpeloos ter wereld en moeten onszelf vanaf het begin aanvullen met hulpstukken. Kleren, instrumenten, wapens. Dieren hebben dat niet, die worden geboren en staan op, hup, klaar. Wij zijn wezens met een tekort. We zijn geen dier met iets extra’s, maar juist zonder iets. Geen enorm vechtersinstinct, geen dikke vacht of scherpe klauwen. We zijn sukkels en daarom moeten we onszelf aanvullen. Maar we hebben wel hersens. Daarom kunnen we onszelf aanvullen, dat is ons trucje in de evolutie. Onze natuur is dus onze kunstmatigheid; we moeten onszelf ontwerpen.’

Banaan
Met een bril, met kleding, en tegenwoordig dus met allerlei technologie. ‘Je kunt niet overleven met wat je aantreft: daarvoor is het te koud en te gevaarlijk. Ook de oermens had instrumenten. Het verschil tussen een aap en de oermens is dat die laatste wapens ontwikkelde. Werktuigen. Een aap
kan met een stok tegen een bananenboom slaan en zo aan een banaan komen. Maar geen pijl en boog maken.

‘De gedachte dat techniek een antwoord is op onze behoeften, is onzin. Techniek is eigenlijk het
uitstellen van je behoefte. Ik heb honger, maar laat ik eerst een machine maken waarmee ik eten kan produceren.

‘Dát is techniek: daar wordt het leven beter en mooier van. Wij moeten het doen met de techniek van de tijd waarin we leven. Dat is ons lot.’ Anderhalf jaar geleden kreeg Verbeek een subsidie van anderhalf miljoen euro om zijn theorieën te ontwikkelen. ‘Anderhalf miljoen is krankzinnig veel voor een filosoof! Mijn werk over hoe techniek onze moraal beïnvloedt, ons gedrag stuurt, probeer ik op te schalen naar een grotere theorie over hoe technologieën vorm geven aan onze ervaring en handelingen.’ Die theorie, de zoektocht naar het goede leven, noemt hij mediatietheorie.

Als het gaat over ethiek en filosofie, kom je al snel terecht in allerlei moeilijk te volgen abstracte discussies. Voor je het weet ben je een ‘filosofoloog’, zoals Harry Mulisch zei. Een filosoof die zich alleen bezighoudt met zijn vak en niet concreet naar de dingen kijkt. Dat is wel het laatste wat Verbeek wil zijn. Hij verdiept zich liever in actuele zaken die in het gewone leven spelen.

Mensen maken zich druk over het zogeheten zorgrobotje. Dat is een robot in de vorm van een zeehond, propvol hoogwaardige technologie. ‘Een peperduur dingetje dat aan ouderen met alzheimer wordt gegeven, om mee te knuffelen.’ Oude, kwetsbare mensen afpoeieren met een verklede robot die met ze doet wat een ander mens zou moeten doen? Getsie, wat slecht!

Dit is nou typisch zo’n geval waarin het loont om even verder te denken. Die robotjes vervullen een behoefte die door geen mens vervuld kan worden. Ze vinden het fijn om te worden geaaid, piepen blij en flapperen met hun flippers. Ze reageren op aanraking, je kunt ze aaien, ze bewegen, zijn warm. Je kunt beter met een zorgrobotje op schoot zitten dan met een mens (of een echte zeehond). ‘Voor alzheimerpatiënten is het heel goed, die kunnen enorm genieten van de interactie met zo’n robotje. Die mensen kunnen vaak nog maar weinig, geen boek meer lezen of film kijken. Je kunt wel zeggen dat je ertegen bent, maar niemand gaat 24/7 bij zijn ouders zitten. Als je je verstandelijke vermogens niet meer hebt, wat is er dan mis met zo’n robotje? Maar het is geen vervanger van de mens. Sommige dingen kun je heel goed aan een robot overlaten. Zieke mensen in en uit bed tillen bijvoorbeeld. Daartegen heeft niemand bezwaar.’

Tovenaarsleerling
Vanwaar dan toch de enorme angst bij dit soort ontwikkelingen, de soms moeilijk te verwoorden weerstand die velen voelen? ‘Dat is uiteindelijk de angst voor zelfverlies. De vrees dat de techniek de mens gaat overheersen. De arbeider die door de raderen van de machine wordt vermorzeld, zoals in Charlie Chaplins film Modern Times. De tovenaarsleerling die zijn maker voorbijstreeft. In zulke verhalen heeft de mens door overmoed een kracht losgemaakt die onbeheersbaar blijkt. Ik wil die angst niet ontkennen en ik vind het ook niet dom. Het is een signaal. Maar waar ben je eigenlijk bang voor, en wat kun je eraan doen? Als je kijkt naar de geschiedenis, dan hebben we onszelf steeds hervonden. We hebben steeds een manier weten te vinden om om te gaan met nieuwe technieken.’
Het schrikbeeld – menige sciencefictionfilm is erop gebaseerd – van superslimme robots die ons gaan overheersen, maakt weinig indruk op Verbeek. ‘Waarom zouden we dat nou doen? Waarom zouden we dat willen? Ik zie het echt niet gebeuren dat we een robot gaan maken die zo slim en sensitief is dat het voelt als moord als hij wordt uitgezet. Dan kun je toch beter gewoon een kind krijgen.’
Verbeek moet hard lachen bij de vraag of hij liever in de toekomst of in het heden zou willen leven, als hij de keuze had. ‘De echte kunst is toch om in het heden te leven.’










2 Reacties

op 04/02/2017

Interessant en verhelderend artikel.

op 04/02/2017

Interessant en realistisch verhaal. Zie uit naar de resultaten van het onderzoek dat de heer Verbeek kan/mag doen met de subsidie van anderhalf miljoen euro om zijn theorieën te ontwikkelen.



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

zeven + 6 =

Tags: , ,



Vorige artikel

Hij is alles wat Angela Merkel niet is

Volgende artikel

Spectaculaire musea in Europa





Misschien vind je deze ook leuk


Volgende artikel

Hij is alles wat Angela Merkel niet is

Nu Duitsers twijfelen aan het leiderschap van Angela Merkel, staat een jonge partijgenoot op. Haantje de voorste, ongeduldig,...

01/02/2017