• MARTIN-PARR-FOTOWEDSTRIJD-MEEDOEN

Achter de schermen van de kunstmarkt

De afgelopen vijftien jaar bracht veilingrecord na veilingrecord. Daar lijkt een beetje de klad in te komen. Riki Simons licht de oorzaken toe: ultrarijken, vervalsingen en duistere praktijken. Niet op de TEFAF trouwens, nu te bezoeken in Maastricht.

Tekst: Riki Simons

Na een ononderbroken stijging van de wereldwijde kunstmarkt lijkt er iets opmerkelijks aan de hand. In 2015 was er voor het eerst sinds 2011 sprake van een omzetdaling, van 7 procent vergeleken met het jaar daarvoor (tot 63,8 miljard dollar). In China, de snelst groeiende kunstmarkt van de afgelopen jaren, gingen de verkopen met bijna een kwart omlaag. In Rusland stortte de markt compleet in, met 68 procent minder veilingomzet.

ANP/Marcel van Hoorn

Veilinghuis Christie’s zag zijn omzet uit kunst over het eerste halfjaar van 2016 dalen met 27 procent. En een gezaghebbende bron als The Art Newspaper spreekt van een jaar waarin ‘instabiliteit overheerste’ en waarin de totale kunstverkopen ‘duidelijk lager’ waren. En voorspelde dat ook in 2017 ‘uncertainty the name of the game’ zal zijn. Toeval is dit allemaal niet. De scheuren in het bolwerk zitten dit keer in de basis, en worden ook steeds meer zichtbaar. Het vertrouwen lijkt niet langer meer te herstellen met een tactiek van agressief dóórinvesteren.

De afgelopen vijftien jaar bracht veilingrecord na veilingrecord. Er kwamen nieuwe kunstbeurzen in hotspots als Miami, Hongkong, Londen en New York. Het aantal topverzamelaars groeide. En er waren almaar nóg jongere topkunstenaars. De verklaring zat in de grote hoeveelheden nieuw geld uit de olielanden in het Midden-Oosten, uit Rusland en uit het economisch boomende China. Vooral na de financiële crash van 2008 werden risico’s gespreid naar de kwaliteit en vooral de zeldzaamheid van beeldende (top)kunst. Dit betekende een ongekende aanwas van nieuwe verzamelaars, die meteen in de hoogste prijsregionen vanaf 1 miljoen dollar wilden stappen, maar die weinig of geen interesse hadden in kunst als zodanig.

Wat kunstwerken zo aantrekkelijk maakt, ook in onstabiele politieke tijden, is dat ze niet alleen ‘draagbaar’ zijn maar ook ‘liquide’: snel verkoopbaar juist door die grote toestroom van nieuwe rijkdom. Daarnaast waren er de permanent stijgende prijzen voor de allergrootste namen. Plus een markt die totaal ongereguleerd is, en waar op insider trading geen straf staat. Zo was er de afgelopen periode een extreme polarisering, met 1 procent topkunst die in 2015 goed was voor 57 procent van alle veilingopbrengsten.

Maar er was ook een trickle-down effect, naar de jongste kunst en de laagste regionen. Naarmate de vraag naar topwerken met prijzen vanaf 1 miljoen dollar bleef stijgen, werd ook de vraag naar nieuwe en jongere ‘topkunstenaars’ dringender. Handelaars, galeriehouders en verzamelaars wisten nog hoe Charles Saatchi in de jaren negentig op het Londense Goldsmiths College nieuwe namen als Damien Hirst ontdekte. En ze begonnen elkaar te verdringen op de open eindexamendagen van bekende kunstacademies.

Binnen een paar jaar zag je de prijzen voor de meest veelbelovende futures vertienvoudigen. Art flippers, die werk van jonge kunstenaars snel met winst probeerden te verkopen, werden de nieuwste, meest besproken soort verzamelaars. Maar ook de gevaarlijkste, omdat zo’n openbare (veiling)verkoop ook kan mislukken en zo de reputatie van een kunstenaar blijvend beschadigt. In deze meer regionale regionen van de kunstmarkt is de krimp al langer serieus merkbaar. Maar in 2017 raakte ook de top van de markt in de gevarenzone. Door de economische crisis in Rusland, de lage olieprijs, Brexit, de komst van Donald Trump en alle andere onzekerheid in de wereld. Maar ook doordat de motor van de markt in kunst zélf, een markt voor vrijblijvende luxegoederen zonder objectieve ‘waarde’, dit keer lijkt vast te lopen.

Sleutelpersonen
De basis van de ongereguleerde, ondoorzichtige markt die kunst is, zijn al eeuwenlang de kennis en reputatie van sleutelpersonen. Zoals handelaren en adviseurs met bijzondere expertise, en kunstenaars(namen) op wie je kunt bouwen. Zij hebben het vertrouwen van verzamelaars, die als zij zelf nog old school zijn, ook redelijk wat eigen kennis meebrengen. Maar vooral in 2015 en 2016 zijn reputaties – van soms eeuwen – spectaculair aangetast. En hebben internationale schandalen en rechtszaken veel vertrouwen beschadigd.

ANP/Koen van Weel

Juist die nieuwe, ultrarijke verzamelaars met nauwelijks kennis van kunst varen blind op de reputatie van anderen. En juist zij zijn het ook die reputaties, kennis en expertise aan het wankelen hebben gebracht. Geld kan snel zijn verdiend. Maar voor reputaties geldt dit niet: die worden soms over generaties opgebouwd, maar kunnen wel heel snel worden afgebroken. Kunstinvesteerders en -speculanten voor wie return on investment en niet kwaliteit hoofdzaak is, zijn zo oud als de kunstmarkt zelf. Maar zó overheersend in aantal, en met zó weinig kennis van zaken en dus zó afhankelijk van adviseurs, handelaren en veilinghuizen als in het topmarktsegment van nu, waren ze nog nooit. Het gevolg is dat een steeds grotere hoeveelheid geld zich concentreert op een stagnerend, klein, bekend en dus ‘veilig’ groepje kunstenaars. Dit heeft ook invloed op de kwaliteit van exposities: nieuw werk moet vooral lijken op dat waarvoor anderen al eerder grote sommen neertelden.

ANP/Marcel van Hoorn

Als iets een enorm hoge marktwaarde heeft en wordt omgeven door veel mensen zonder genoeg kennis van zaken, maakt dit allerlei riskante en duistere praktijken onweerstaanbaar. Ook dat is zo oud als de kunst zelf. Maar in de afgelopen jaren kwamen er zeer veel schandalen en (vervalsing)affaires voor de rechter. Dat die zo sensationeel uitpakten, kwam niet alleen door de aard van de delicten zelf. Het kwam ook doordat in rechtszaken openbaar werd hoe ondoorzichtig en geheim de praktijken van de internationale (kunst)wereld soms zijn, waarop verzamelaars blind moeten vertrouwen.

Kunsthandel Knoedler & Company in New York, opgericht in 1846, was een van de grootste experts in abstractexpressionistische kunst. In 2011 bleek dat Knoedler meer dan dertig vervalsingen van grote namen als Mark Rothko, Robert Motherwell, Jackson Pollock en Barnett Newman had verkocht. Die waren allemaal afkomstig van dezelfde meestervervalser, de in een garage in de New Yorkse wijk Queens schilderende Chinees Pei-Shen Qian, en allemaal via één bemiddelaar direct bij Knoedler beland. Centraal in deze affaire stonden verklaringen van experts uit de kunstwereld die de echtheid van deze schilderijen zouden hebben bevestigd. Knoedler zelf sloot in 2011 voorgoed zijn deuren, maar de rechtszaken liepen nog jaren door.

Begin 2016 werd een aan Lucas Cranach de Oude toegeschreven schilderij op bevel van een Franse rechter verwijderd uit een tentoonstelling in Aix-en-Provence, vanwege twijfels over de echtheid. Venus (uit 1531) maakte deel uit van de collectie van de Prins van Liechtenstein, en dit was het begin van een reeks spectaculaire onthullingen over vervalsingen van oude meesters als Frans Hals, Velázquez, Gentileschi, Van Dyck en Correggio. Een schandaal met een verkoopomvang van minimaal 255 miljoen dollar, rond werken die waarschijnlijk allemaal zijn verkocht via de Franse kunsthandelaar Giulano Ruffini. Die zegt zelf dat hij de schilderijen nooit als echte oude meesters heeft verkocht. Het waren andere experts van onder meer veilinghuis Sotheby’s en de Londense National Gallery, die er nieuwe ontdekkingen in zagen.

Minstens zo onthullend als de vervalsingen zelf waren de kennelijk normale prijsverhogingen e commissies voor deze ‘oude meesters’. Venus was door Ruffini verkocht voor 887.000 dollar, voordat het tot een echte Cranach werd gepromoveerd. Daarna werd het voor 4,2 miljoen dollar doorverkocht aan de gerenommeerde, vier generaties oude kunsthandel Colnaghi in Londen, die het weer voor 9 miljoen verkocht aan de Prins van Liechtenstein.

Niemandsland
Niet ver van het stadscentrum van Genève ligt Geneva Freeport: een complex pakhuizen met daarin naar schatting 1,2 miljoen kunstwerken, waaronder van Pablo Picasso alleen al duizend. Een freeport is een stukje internationaal niemandsland, dicht bij een vliegveld, waar kunstwerken met hightech security
en geklimatiseerd worden opgeslagen. Freeports bieden eigenaars van dure kunst een legale ontsnapping aan in- en exportheffingen, en aan erf- en vermogensbelastingen. Behalve vier alleen in Zwitserland zijn er de afgelopen jaren ook grote freeports bijgekomen in locaties als Singapore, Monaco en Luxemburg.

ANP/Marcel van Hoorn

De grootste huurder in Geneva Freeport is de Zwitserse zakenman Yves Bouvier, met 20.000 vierkante meter ruimte en twee showrooms. Freeports blijken niet alleen een vrijhaven voor belastingvrije kunst, maar ook voor onzichtbare handel en onzichtbare prijsvorming. In 2015 kwam naar buiten dat Bouvier niet alleen kunstwerken voor zijn cliënten opsloeg, maar dat hij ook zelf fors bemiddelde bij aankopen en verkopen van die kunst. De commissies waartegen hij dit deed, bleven lang onontdekt omdat de eigenaarsverzamelaars van de kunst in zijn opslag ook zelf onbekend zijn en willen blijven.

Totdat de Russische verzamelaar Dmitri Rybolovlev bij toeval ontdekte wat de echte vraagprijs was van een werk dat voor hem was aangekocht door Bouvier. Rybolovlev is een miljardair die door bemiddeling van Bouvier ‘hoog’ heeft kunnen ‘instappen’ in de duurste topkunst. Bij een diner waar hij over zijn laatste kunstaankoop sprak, een schilderij van Modigliani voor 118 miljoen dollar, kwam hij er toevallig achter dat de vraagprijs van de vorige eigenaar maar 93,5 miljoen was. Een marge dus die veel hoger was dan de 2 procent die gangbaar is bij bemiddeling door een agent. In het juridische schandaal dat hierop volgde, is het verweer van Bouvier dat hij hier niet optrad als agent maar als dealer. Dat hij zélf eigenaar van het schilderij was, en dus mocht vragen wat hij wilde.

Dit soort incidenten is niet goed voor het vertrouwen in de kunstmarkt. Hoe meer dure kunst in freeports wordt opgeslagen, hoe minder de rest van de wereld weet wat daar allemaal verborgen is. Een onzichtbare groei van het aantal grote transacties waarbij koper en verkoper geen enkel contact met elkaar hebben, is een van de voorspelbare gevolgen. Van opgeslagen kunst weet niet alleen niemand meer wie wat voor welk werk heeft betaald, en door hoeveel handen iets is gegaan voordat het weer tevoorschijn komt. Er heeft ook niemand meer zicht op hoe zeldzaam bepaalde werken, kunstenaars en stijlen in werkelijkheid zijn. En in een nerveus geworden markt waar de rijkste verzamelaars steeds meer waarde hechten aan de kleine groep van allerduurste kunstenaars, kan dit funest zijn. Dit is een vruchtbare bodem voor nog meer onaangename verrassingen, die het vertrouwen waarop alles is gebaseerd verder ondermijnen.

Bron openingsfoto: ANP/Marcel van Hoorn

 

Betaalbare kunst kopen? Lees hier hoe je dat doet!