Arbeidsmarkt: Duimpje omhoog voor de alfa’s

Eerst was er de film Revenge of the nerds. Het vervolg heette Revenge on the nerds. Dat is precies wat in de techwereld gebeurt. Alfa’s veroveren de bèta-wereld. Ruud Deijkers sprak alfa’s en gamma’s die succes hebben tussen de techneuten.

Psychologie, culturele antropologie, kunst en cultuur? Het zijn maar pretstudies, die je klaarstomen voor een carrière in de bijstand, is de heersende mening. Maar is dat ook zo? Uiteindelijk vindt bijna iedereen die zo’n studie volgde werk, zij het vaak onder het opleidingsniveau. Maar de perspectieven van afgestudeerden in de geesteswetenschappen en van sociale opleidingen zijn wel veel slechter dan die van hoogopgeleiden met een financiële, medische of technische achtergrond. Vooral alfa’s zoeken lang naar een passende baan, blijkt uit het arbeidsmarktonderzoek Studie & Werk 2018 van Elsevier Weekblad en SEO Economisch Onderzoek.

Toch gloort er hoop. In de technologiesector dringt langzaam het besef door dat ze die alfa’s en gamma’s goed kunnen gebruiken, niet alleen om gaten in het personeelsbestand te dichten, maar juist ook vanwege hun studieachtergrond. Zo rekruteert detacheringsbureau Calco uit Maarssen alfa’s – zoals historici en taalwetenschappers – en gamma’s – ­zoals psychologen en sociologen – voor IT-functies. Calco vergroot de talentenvijver door niet direct naar diploma’s te kijken, maar sollicitanten te selecteren die snel leren, analytisch denken en helder communiceren.

Steve Jobs
Tegenwoordig moeten IT’ers niet alleen computercodes kunnen ‘inkloppen’, maar ook in teams werken (scrummen), presentaties geven en flexibel zijn – vaardigheden die niet passen bij het klassieke beeld van bèta’s. Volgens Calco-directeur Kelly Grooteman (36) brengen niet-IT’ers vanuit hun eigen expertise nuttige kennis en vaardigheden mee. ‘Historici zijn getraind in de verwerking van grote hoeveelheden informatie, psychologen weten hoe je software intuïtiever maakt en hoe je mensen effectief laat samenwerken.’

Alfa’s en gamma’s zijn dus niet alleen interessant voor tech-functies omdat zij intelligent en leergierig zijn, maar ook vanwege de inzichten die ze meenemen uit hun vakgebied. De Indiaas-Amerikaanse auteur Fareed Zakaria maakt zich al langer hard voor de rehabilitatie van de geesteswetenschappen. In zijn bestseller In Defense of a Liberal Education verwijst hij naar Facebook-oprichter Mark Zuckerberg die kort psychologie studeerde aan Harvard. Volgens Zuckerberg is Facebook evenveel psychologie en sociologie als technologie. Van Apple-topman Steve Jobs (1955-2011) is bekend dat hij binnen zijn bedrijf evenveel waarde toekende aan liberal arts als aan technologie. Een huwelijk tussen die werelden levert ons de resultaten die onze harten laten zingen, zei hij.

Filosofen
Wijnand IJsselsteijn (48) is neuropsycholoog en als hoogleraar aan de Technische Universiteit Eindhoven gespecialiseerd in de interactie tussen mensen en technologie. Hij vindt – en dat zegt hij ‘uit de grond van zijn hart’ – dat kennis van sociaal wetenschappers nog onvoldoende wordt benut. Voorbeeld: miljoenen Facebookgebruikers bevinden zich in een ­zogeheten attitude-behavior gap: zij maken zich ernstige zorgen over de persoonlijke gegevens die Facebook van ze verzamelt, maar ze melden zich niet af van het platform. ‘Facebook verleidt gebruikers met slimme beloningen. Na een duimpje omhoog onder een bericht maken hersenen het beloningshormoon dopamine aan. Dat is psychologie en biologie,’ zegt IJsselsteijn. Effectieve voorlichting kan mensen bewuster maken van de gevolgen van het delen van informatie. ‘We moeten meer nadenken over de negatieve bijeffecten van technologie.’

IJsselsteijn noemt zes manieren waarop niet-techneuten kunnen bijdragen aan technologische vooruitgang. Om te beginnen kunnen zij vaststellen wat echt van nut is. Twee: voor filosofen is een rol weggelegd om normatieve kaders vast te stellen voor bijvoorbeeld internetgebruik en privacy. Een derde aspect is het op het rechte pad houden van technologie. Vier: psychologen en bijvoorbeeld taalwetenschappers kunnen technologie gebruiksvriendelijker maken. Vijf: ideeën van alfa’s en gamma’s zijn een belangrijke inspiratiebron voor technologische vindingen. IJsselsteijn: ‘Veel commerciële successen uit Silicon Valley richten zich op entertainment en op sociale behoeften van mensen.’

Ten slotte kunnen wetenschappers met nieuwe technologie kennis vergaren over het gedrag en de gezondheid van mensen. En omgekeerd kan technologie worden ingezet om het gedrag van mensen te beïnvloeden, zoals met een antirookcampagne.

Willen alfa’s en gamma’s wel werken tussen de techies? IJsselsteijn ziet dat veel sociaal wetenschappers aanvankelijk niets moeten hebben van nerds en dat techneuten de alfa’s en gamma’s zien als geitenwollensokken-wetenschappers. Pas zodra ze samenwerken, begrijpen ze hoe belangrijk ze voor elkaar zijn. Het mooiste is om die werelden te verenigen. Studenten worden binnen opleidingen als psychology and technology en human-technology interaction opgeleid – door IJsselsteijn en zijn collega’s – om beide talen vloeiend te leren spreken: die van de technologie en die van de psychologie.

 

‘Je moet het simpel houden’

Leonie Janssen (43), Taalkundige

Hoofd corporate communicatie Unit4

 

 

 

Opleiding: Doctoraal Nederlandse taal en letterkunde (linguïstiek), Radboud Universiteit, Nijmegen, 1999

Overige werkervaring: Pr-bureau Edelman (onder meer voor Microsoft,
Bol.com, Cisco Systems en LinkedIn) Leoni Janssen Consultancy, communicatie en digitale strategie
AND Digital Publishers

‘Mijn broer is specialist op het gebied van vloeistofmechanica. Vol passie vertelt hij over wiskundige theorieën en elegante formules. Ik ben nieuwsgierig naar wat de wereld met die formules kan. Die vraag stel ik ook voortdurend aan technische mensen met wie ik werk, terwijl zij graag praten over zaken als features en functions van het product. Ik begrijp dat mijn vraag hen wat deprimeert, omdat ze terecht trots zijn op hun complexe werk. Toch is het voor een bedrijf onontbeerlijk om rekening te houden met de uiteindelijke gebruikers.

‘Al tijdens mijn studie linguïstiek verschoof mijn interesse van de Nederlandse taal naar communicatie in bredere zin. Hoe brengen mensen die verschillende talen spreken een boodschap aan elkaar over? Na een afstudeeropdracht bij de maker van digitale kaarten AND belandde ik als communicatieadviseur in de IT-wereld en vanaf 2000 werkte ik via communicatiebureau Edelman uitsluitend voor technologiebedrijven. In de IT draait alles om taal en communicatie. Niet voor niets spreken Nederlanders ook over ICT: informatie- en communicatietechnologie.

‘Iedereen wilde rond 2000 iets met internet. Ik zag hoe dotcom-bedrijfjes “opschepten” over hun hoge kosten waar geen omzet tegenover stond en was erbij toen de internetzeepbel knapte. Ik stond ook aan de wieg van bedrijven die wel succes hadden, zoals Bol.com, één van de eerste internetbedrijven die betalingen deden via ouderwetse acceptgiro’s. Dat bleek een gat in de markt, want Nederlanders betalen liever niet met een creditcard en in die tijd al helemaal niet. Vaak moet je het simpel houden.

‘Sinds 2014 werk ik voor Unit4, een internationaal bedrijf dat onder meer software ontwikkelt voor bijvoorbeeld hogescholen, universiteiten, accountants en zorginstellingen. Door mijn achtergrond houd ik een natuurlijke afstand tot de technische kant van de producten en kan ik goed inschatten wat mensen eraan hebben en of ze de producten op waarde schatten.’

 

‘Ik zoog hun kennis op’

Olias Spiekman (32), politicoloog

IT-manager Nationale-Nederlanden, via Calco

 

 

 

Opleiding: European policy (MA), Universiteit van Amsterdam, 2011, Internationale betrekkingen en internationale organisatie (BA), Rijksuniversiteit Groningen, 2008

Overige werkervaring: Ministerie van Buitenlandse Zaken

‘Als kind was ik nieuwsverslaafd, ik keek documentaires en actualiteiten­programma’s. Niet voor niets koos ik ervoor om internationale betrekkingen en internationale organisatie te studeren. Die opleiding is opgebouwd uit economie, recht, politicologie en geschiedenis. Ik liep stage in Londen en Parijs, en op de Nederlandse ambassade in Brussel en kwam daar – nog voordat ik afstudeerde – in dienst als beleidsmedewerker.

Toch koos ik niet voor het diplomatenklasje van het ministerie van Buitenlandse Zaken. De dossiers vond ik interessant, maar het werk was erg omkaderd door regels en procedures. En dat zag ik niet zitten. Omdat ik mij zo sterk had gericht op een loopbaan bij Buitenlandse Zaken viel ik in een gat. Ik solliciteerde bij een aantal detacheerders, waaronder Calco, een bureau voor IT-professionals waar je ook zonder IT-achtergrond terecht kunt. Ik probeerde het en het pakte verrassend goed uit.

‘Samen met biologen en econometristen volgde ik binnen Calco trainingen om de basis van IT-processen onder de knie te krijgen. Binnen Nationale-Nederlanden, waar ik sinds 2013 ben gedetacheerd, begon ik als applicatiebeheerder. Collega’s viel ik voortdurend lastig met vragen, ik zoog hun kennis op. Na twee jaar werkte ik zelfstandig en wist inhoudelijk uiteindelijk meer dan veel collega’s. Soms zijn nieuwsgierigheid en analytisch vermogen belangrijker dan een specifieke opleiding.

Ik stuur nu teams aan die computer­netwerken binnen Nationale-Nederlanden beheren. IT-processen zijn complex. Als een klant bijvoorbeeld zijn spaarsaldo checkt, heeft hij ongemerkt te maken met veertig componenten waaraan evenveel specialisten werken. Het is mijn taak om de techneuten die vaak op specialistische eilandjes werken, te verbinden. Dat begint met intensieve communicatie.’

 

 

‘Machine moet begrijpelijke taal spreken’

Jan Maarten Schraagen (58), psycholoog

Principal scientist TNO en Hoogleraar toegepaste functieleer, ­Universiteit Twente

 

Opleiding: Ph.D. cognitieve psychologie, Universiteit van Amsterdam, 1994, Kandidaats filosofie en doctoraal psychologie (functieleer), Rijksuniversiteit Groningen, 1985

Overige werkervaring: Naval Air Systems Command, Amerikaanse marine

‘De bewering dat machines nooit fouten maken en mensen wel, is onjuist. Een voorbeeld: als een patiënt overlijdt aan een verkeerde dosis medicijnen die is toegediend via een infuus, dan wordt meestal gewezen naar de verpleegkundige die de infuuspomp programmeerde. Maar misschien zat er een ontwerpfout in het bedieningspaneel van de infuuspomp waardoor de verpleegkundige onduidelijke informatie kreeg en een verkeerde beslissing nam. Vanuit TNO ontwikkelden we een interface voor een infuuspomp die dat soort miscommunicatie tussen mens en machine zo veel mogelijk uitsluit.

‘Dertig jaar geleden deed ik als cognitief psycholoog al onderzoek naar de manier waarop mensen en machines samenwerken. Toen ging het om expertsystemen waarmee computers problemen helpen oplossen aan de hand van door deskundigen ingevoerde kennis. Mensen blijven altijd verantwoordelijk voor de machines waarmee zij werken. Daarom moet die machine zichzelf in begrijpelijke mensentaal uitleggen. Als je een zelflerende computer laat losgaan op een probleem, worden zijn berekeningen snel ondoorgrondelijk. Dat is niet erg als het om een schaakcomputer gaat die de wereldkampioen verslaat. Controle is wel van levensbelang als het zelfrijdende auto’s of autonome wapensystemen betreft.

‘Universiteiten – ik ben hoogleraar aan de Universiteit Twente – werken nog steeds tamelijk monodisciplinair, omdat de financiering daarop is ingericht. Dat is anders bij een organisatie als TNO, waar disciplines hun krachten moeten verenigen om oplossingen voor de klant te bedenken.

‘Om mens en machines te laten samenwerken, kijk je eerst naar de manier waarop mensen dat doen en welke psychische en sociale processen daarbij een rol spelen. Op de afdeling van TNO in Soesterberg werken psychologen, biologen, bewegingswetenschappers, kunstmatige-intelligentie-deskundigen. Onze afdeling werkt samen met collega’s van meer technische onderdelen van de organisatie. Wij doen bijvoorbeeld samen studies naar de manier waarop defensie in de toekomst nieuwe vliegtuigen en schepen moet inrichten.’

 

 

‘Aan misdaad gaat een pad vooraf’

Elsine van Os (38), psycholoog

Oprichter en CEO van Signpost Six en Signpost Film Productions

 

 

Opleiding: Humanitarian assistance (MA), Rijks­universiteit Groningen, 2005, Doctoraal klinische psychologie, Rijks­universiteit Groningen, 2004

Overige werkervaring: Shell International Ministerie van Defensie

Kort nadat Defensie mij zou aannemen als klinisch-­psycholoog, werd een nieuwe missie naar Uruzgan in Afghanistan aangekondigd. Defensie vroeg mij te ­werken voor hun inlichtingendienst in het Afghanistan-team. Na ruim twee jaar bij Defensie vertrok ik in 2008 naar Shell. De veiligheidsvraagstukken van zo’n groot bedrijf zijn te vergelijken met die van een land. In Irak deed ik onderzoek naar bedreigingen voor onze nieuwe onderneming. In twee jaar klom ik op tot hoofd van het internationale inlichtingen- en analyseteam van het bedrijf.

‘Shell was één van de slachtoffers van operation Night Dragon, een internetaanval van Chinese hackers op over­heden en bedrijven. Vanaf dat moment begreep ik dat bedreigingen steeds meer van internet zouden komen. Bij de opsporing van cybercriminaliteit wordt steeds meer gebruikgemaakt van behavioral analytics: in grote hoeveelheden internetgegevens zoeken naar sporen van afwijkend gedrag. De techneuten die dat werk doen, vergeten vaak dat achter die cijfers mensen van vlees en bloed schuilen. Ze zouden risico’s nog eerder kunnen inschatten als zij daar wel rekening mee houden.

‘Grote bedrijven hebben zich inmiddels goed beschermd tegen externe bedreigingen. Met mijn bedrijf Signpost Six, dat ik twee jaar geleden heb opgericht, help ik organisaties vooral om zich te beschermen tegen bedreigingen van binnenuit. De impact van wat die insiders kunnen aanrichten, is veel groter. Denk aan datadiefstal, bedrijfsspionage of sabotage van computers door medewerkers die je denkt te vertrouwen.

‘Wij adviseren bedrijven en overheden in binnen- en buitenland bij de screening van nieuwe werknemers en geven trainingen om vroegtijdig afwijkend gedrag te herkennen. Hoe gaat een werknemer om met stress? Waarom zit iemand altijd te mopperen aan zijn bureau? Aan een misdaad gaat vaak een lang pad vooraf. Het is mijn missie om aandacht voor de psychologische aspecten van digitale veiligheid te vergroten.’