Het gebouw: de moderne boerenschuur

Archief / Beleef / Geen categorie / Het gebouw / 13/07/2017

Door: Juist
 

De ‘emancipatie van de periferie’ is ook doorgedrongen tot Rijswijk, Gelderland. Tussen de boomgaarden verrees op een oud erf een modern boerenschuur van grootse allure. 

 

Tekst: Kirsten Hannema

Is dit een schuur? Aannemer Legemaat van Elst uit Woudenberg heeft in zijn 95-jarig bestaan al heel wat boerderijen gerenoveerd, stallen opgeknapt en loodsen gebouwd, maar een schuur zoals die bij boerderij Rottenburg in het Gelderse dorp Rijswijk hadden de bouwvakkers nooit gemaakt. Okay, het gebouw is opgetrokken uit hout, met zwarte planken op de gevels en het heeft een puntdak. Tot zover lijkt het op de oude boerenschuren in de omgeving.

Toch oogt het onmiskenbaar van nu. De gevel is strak van snit. Neem de manier waarop de spijkers in kaarsrechte lijnen in de planken zijn genageld, als soldaten in het gelid. Het gebouw heeft enorme ramen en schuifdeuren, waarmee het naar het erf kan worden geopend, en in het dakvlak zijn – pas in tweede instantie zichtbaar – zwarte zonnepanelen opgenomen. Niet traditioneel is ook het gebruik. Een schapenstal, een hooizolder en opslagruimte zijn gecombineerd met een modern appartement.

Opmerkelijk als het ontwerp van Workshop architecten is, staat het niet op zichzelf. Op meer plekken in Nederland verrijzen moderne schuren, een gebouwtype dat uitdrukking geeft aan de hernieuwde aandacht voor het platteland. ‘De emanicipatie van de periferie,’ zo omschrijft Rijksbouwmeester Floris Alkemade deze ontwikkeling in zijn gelijknamige essay, dat hij eind 2016 publiceerde. In dit essay ageert hij tegen de focus van planners op de stadscentra en pleit hij voor ‘het benutten van de dynamiek en ruimte die de periferie biedt’. Denk aan voedselproductie, duurzame energiewinning en natuurontwikkeling.

Het pleidooi van Alkemade sluit aan bij het manifest dat architect Rem Koolhaas in 2012 presenteerde over het ‘verwaarloosde’ platteland. Nadat Koolhaas zich jarenlang had gestort op (mega)steden, vond hij het hoog tijd dat we onze aandacht nu richten op ‘die andere 98 procent van de aarde’. Hij zag hoe agrarische bedrijven door gebruik van nieuwe landbouwtechnieken steeds groter worden, terwijl de bevolking op het platteland krimpt, waardoor steeds meer boerderijen leegstaan. Tegelijk ontstaan hierdoor nieuwe mogelijkheden, zoals voor agrarisch toerisme, en zie je stedelingen oude stallen en boerderijen kopen en verbouwen. Zij zijn op zoek naar rust en groen, als tegenhanger voor het hectische stadsleven.

Margot van Engelshoven (52)  behoort tot deze nouveaux peasants, zoals de Britten de nieuwe generatie plattelandsbewoners noemen. Met haar man en vier kinderen verhuisde ze tien jaar geleden van Bussum naar Rijswijk. ‘We wisten niet waaraan we begonnen,’ bekent ze tijdens een rondleiding over het erf. De Rottenburg (1850) is namelijk meer dan een monumentale boerderij. Het complex omvat een koetshuisje, een fruithuisje (bedoeld voor opslag van fruit), een hooiberg, een moestuin met een kas en een zwemvijver. Achter het erf strekt zich de boomgaard uit, tot aan de dijk langs de Lek. Tussen de appel- en notenbomen lopen twintig schapen, het ‘ruige’ bos verderop is een eldorado voor vogels en konijnen.

‘We hebben 5 hectare grond, ik heb een dagtaak aan het onderhoud.’ Haar man werkt nog steeds in Amsterdam, maar terug naar de stad willen ze niet. ‘Je komt in het nieuwe levensritme: snoeien, zaaien, maaien, verpotten, appels plukken, appelsap maken… Ik houd enorm van planten, van natuur. Maar wat ik vooral heerlijk vind aan deze plek, is de ruimte.’

Foto: Thijs Wolzak

Dichtgeslibd

Het erf was in de loop van 150 jaar dichtgeslibd, vooral door de bouw van een enorme schuur in de jaren vijftig. ‘Het was een onooglijk ding, al was het een ideale speelruimte voor de kinderen.’ Maar toen de wens ontstond om een  appartement voor Margots moeder te bouwen, voor als zij niet meer zelfstandig kan wonen, twijfelden ze niet om het gebouw te slopen en een nieuwe schuur te bouwen, waarin ook bergruimte en een slaapplek voor de schapen zijn gecreëerd.

Tegelijk bood de nieuwbouw een kans om de waarde van het monumentale complex te vergroten. ‘Doordat de schuur aan het fruithuisje was vastgebouwd, kon je niet van de ene naar de andere kant van het terrein lopen,’ legt architect Ivar van der Zwan (48). ‘Dat gaf een opgesloten gevoel, en het gebouw belemmerde het  zicht op de prachtige boomgaard.’ Om de ruimtelijke relaties te herstellen, bedacht de architect een ontwerp in drie delen. Aan de gaard ligt de stal met opslagruimte, het appartement grenst aan het erf, terwijl het middengedeelte, met verdiepingshoge deuren die helemaal kunnen worden weggeschoven, fungeert als passage en overdekt terras. Via de grote ramen in de kopse gevels heb je vanuit de verschillende ruimtes in het gebouw uitzicht op de boomgaard. ‘De goot- en nokhoogte zijn exact gelijk aan die van het fruithuisje,’ wijst de architect. ‘Ze vormen de verbinding tussen beide gebouwen.’

De zonnepanelen op het dak voorzien de verbouwde boerderij van stroom. ‘Ik vind het eigenlijk lelijke dingen,’ zegt Van der Zwan. ‘Ik wilde ze alleen als ze zwart zouden zijn en helemaal geïntegreerd in het ontwerp. Vandaar dat ik de breedte van een zonnepaneel als beukmaat heb genomen. Zo passen ze precies als dakplaten op de spanten. Uit de berekening kwam dat we  de helft van het dak – het stalgedeelte – nodig hadden voor de zonnepanelen. Het dak van de binnenstraat is bedekt met licht doorlatende golfplaten, het appartement heeft een geïsoleerd dak.’

Minimalistisch

De naadloos weggewerkte zonnepanelen zijn exemplarisch voor de aandacht die aan details is besteed. ‘Ik ben een mierenneuker,’ erkent de architect. Liefst 23 werktekeningen maakte hij. Zelfs de plekken waar de spijkers en de spijkerkop moesten komen, werden vastgelegd. ‘Ik wilde de schuur een ambachtelijke kwaliteit geven, ook al werken we nu met spijkerpistolen in plaats van met de hamer.’ Daar is niets nostalgisch aan. ‘Door de minimalistische vormgeving zie je dat het gebouw van deze tijd is. Dat past ook bij het gebruik. Dit is geen agrarisch bedrijf meer.’

De schuur wordt goed gebruikt, vertelt Van Engelshoven. ‘De kinderen studeren in het appartement, mijn man werkt er aan een boek, en mijn moeder komt geregeld logeren. Ze vindt het een heerlijk idee om uiteindelijk hier te komen wonen.’ Haar eigen favoriete plek is de binnenstraat, die ze als orangerie heeft ingericht. ‘Ik ben tegenwoordig meer hier met de planten bezig, dan in het huis. Zelfs als het regent zit je hier goed. We hebben er elke dag plezier van.’

Dit artikel komt uit Juist 38 (mei 2017)










0 Reacties


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

3 × 2 =





Vorige artikel

Tech: de leukste DIY-gadgets

Volgende artikel

De vijf leukste weekendtips!




Volgende artikel

Tech: de leukste DIY-gadgets

Zelf je gadgets in elkaar zetten hoeft geen hogere wiskunde te zijn. Zeker niet met DIY-kits. Hiermee knutsel je op een eenvoudige...

12/07/2017