In gesprek met: Samuel Levie

Archief / In gesprek met / Verdien / 01/11/2017

Door: Joos Levie
 

Samuel Levie (34) is ondernemer, worstmaker en schrijft wekelijks een culinaire column in het Parool. Aan Juist Magazine vertelt hij over zijn bedrijven, het ondernemerschap, de voedselindustrie en zijn nieuwe kookboek We eten thuis (Nijgh & Van Ditmar). ‘Nieuwe dingen bedenken, die uitvoeren en dat zoiets groter wordt dan je zelf bent. Dat is echt geweldig’. 

Wat doe je precies als ondernemer?

‘Ik ben op jonge leeftijd geïnteresseerd geraakt in voedsel, zowel de maatschappelijke als culinaire kant, en die interesses ben ik gaan combineren. Daar zijn twee bedrijven uit voortgekomen. Een is een worstmakerij, Brandt & Levie, waar we Nederlandse varkens kopen van boeren die op een goede en duurzame manier varkens houden en die verwerken we tot Hollandse charcuterie. Van droge worsten tot paté: we willen de varkens helemaal verwerken en niks verspillen. We hebben een grote slagerij in de Amsterdamse houthavens waarvandaan we producten verkopen aan heel Nederland, en een paar plekken in België en Duitsland. Ook zit daar een kleine slagerij die mensen kunnen bezoeken.
Daarnaast heb ik Food Cabinet opgericht, een project- en campagnebureau voor  voedsel en duurzaamheid. Hiermee organiseren we met inmiddels 16 man projecten die heel erg uiteenlopen, voor zowel overheidsinstanties als bedrijven. Bijvoorbeeld de Wereldvoedseldag, een groot evenement om aandacht te vragen voor duurzame voedselproductie en de rol van Nederland daarin. We doen campagnes voor groenten bij de Albert Heijn, maar ook communicatiestrategie voor een heel tof Nederlands biermerk. Het is dus heel breed.’

 

Een campagne voor de aardappel door Food cabinet

Wat bedoel je met campagnes voor groenten?

‘Zorgen dat er meer aandacht is voor groenten. We hebben ooit zelf een campagne bedacht om te laten zien dat er heel veel marketing is voor ongezond eten, maar nauwelijks voor gezond eten. En toen zijn we met Albert Heijn en leveranciers van Albert Heijn om de tafel gaan zitten om te bespreken of we geen campagnes kunnen maken voor gezonde dingen. En daar zijn we nog steeds mee bezig.’

 

Waar komt je interesse in de maatschappelijke kant van voedsel vandaan ?

‘Toen ik een jaar of 17 was kreeg ik voor het eerst een baantje in de keuken. Ik ben gaan werken in verschillende restaurants en zette een cateringbedrijfje op. Ik merkte dat veel koks op dat moment totaal niet bezig waren met waar het eten dat ze bereidde eigenlijk vandaan kwam. Het eten werd geleverd in de keuken en dat verwerkte we tot mooie gerechten. Tegelijkertijd was ik politicologie gaan studeren, en daar ontdekte ik dat de maatschappelijke vraagstukken die aan voedsel verbonden zijn tot de grootste vraagstukken van het moment behoren.’

 

Wat voor vraagstukken zijn dat dan?

‘Hoe gaan we de wereld voeden? Dat is iets wat veel mensen bezig houdt, op zowel grote schaal als een klein niveau. Bijvoorbeeld mensen die dagelijks ermee bezig zijn hoe ze hun familie kunnen voeden, omdat er te weinig eten is. Maar ook mensen die zien dat hun gezin heel ongezond eet omdat er op veel plekken in de wereld een overschot is, waar eten goedkoop en ongezond is en overvloed vanzelfsprekend is. Maar de vraagstukken gaan ook over klimaatverandering: waar gebruiken we ons aardoppervlak voor als het gaat over voedselproductie. Denk dan aan bijvoorbeeld het verlies van biodiversiteit. Sommige oorlogen gaan in de basis ook over klimaatverandering: te weinig voedsel in een gebied zorgt voor onrust. Er zijn zo veel maatschappelijke thema’s die eraan verbonden zijn.’

 

Dus daar ging je je tijdens je studie al mee bezighouden?

‘Ik begon toen die dwarsverbanden te zien, en vroeg me af hoe we daar op die verschillende niveaus met elkaar over na kunnen denken. Ik ben toen de Youth Food Movement gestart in Nederland, een netwerk van jonge mensen die met voedsel en duurzaamheid bezig zijn. Dat heet tegenwoordig de Slow Food Youth Network (SFYN), en internationaal ontstonden er steeds meer groepen die zich daarbij aansloten. Maar in Nederland waren we de eerste groep die activiteiten ging organiseren, en met ging landen sparren over wat we konden betekenen. We zette een jaarlijkse academie op en een festival, en daarin was mijn idee voornamelijk het verbinden van de verschillende niveaus die ik eerder noemde. Mensen die praktisch bezig zijn op het land of in de keuken laten nadenken met mensen die beleid maken in Den Haag of activisten van organisaties zoals Greenpeace, over hoe we een systeem kunnen veranderen. En dat bleek heel succesvol. Dat vind ik gewoon heel leuk om te doen, schakelen tussen mensen die aan de ene kant een passie hebben voor eten en de praktische kant daarvan, en hun in contact leggen met de beleidsmakers.’

 

Hoe combineer je het leiden van verschillende bedrijven die allemaal je aandacht vragen?

‘Veel heen en weer fietsen! Dat houdt een mens een beetje fit. Ik ben vier dagen per week met Food Cabinet bezig en één dag bij Brandt & Levie. Ik heb in allebei de bedrijven goede compagnons die ontzettend veel doen, en dat geeft mij de ruimte om die twee dingen naast elkaar te kunnen doen. En ik probeer dat zo veel mogelijk gescheiden te houden, dat wanneer ik ergens ben ik ook echt voor dat bedrijf aan de slag ga.’

Samuel (rechts) met zijn compagnons van Brandt & Levie: Geert van Wersch (links) en Jiri Brandt (midden)

Is een aspect van ondernemen dat je nieuwe projecten moet blijven bedenken en opzetten om geïnspireerd te blijven?

‘Voor mij wel. Het allerleukste vind ik om vanaf het begin van een project mee te denken en het te helpen opzetten. Er is altijd iets nieuws te doen. Het is fijn om binnen een bedrijf verschillende soorten mensen te hebben. Als je kijkt naar Brandt & Levie bijvoorbeeld, ik ben meer de persoon die met nieuwe ideeën komt en vooruit rent. Dan is het heel goed als er andere mensen zijn die dat rustig kunnen organiseren.’

Welk project ben je het meeste trots op?

‘Ik vind het heel bijzonder dat het SFYN zo’n succes is geworden, ook internationaal. Maar ik ben ook heel blij dat alle twee mijn bedrijven goed lopen en een leuk team hebben. Ik hou van ondernemen, en daar succesvol in te zijn. Nieuwe dingen bedenken, die uitvoeren en dat zoiets groter wordt dan je zelf bent. Dat is echt geweldig.’

Zijn er projecten waar je op dit moment door geïnspireerd raakt, of waarvan je nog veel verwacht?

‘Heel veel dingen. Vorige week presenteerde ik een programma van de European FoodNexus Startup Challenge, waar allemaal studenten van de Universiteit van Wageningen kwamen die met hele bijzondere projecten bezig zijn. Bijvoorbeeld eiwitten uit eendenkroos halen, of groene bananen uit Oeganda verwerken tot pasta in samenwerking met een groot pastabedrijf. Allemaal nieuwe dingen die ontzettend innovatief, verrassend en inspirerend zijn. Maar ook zoiets als de Vegetarische Slager, of het Brabantse bedrijf Protix wat insecten kweekt voor consumptie.’

En dan heb je ook nog een kookboek geschreven, We eten thuis, met familierecepten. Waar komt dat idee vandaan?

‘Ik schrijf al vier jaar wekelijks een column in het Parool met een recept. Koken voor vrienden en familie vind ik een van de leukste dingen om te doen. En dat heb ik geprobeerd te vatten in het boek: het plezier van thuis koken. Je ziet steeds meer, vooral in grootstedelijke gebieden, dat mensen veel vaker uit eten gaan. In bijvoorbeeld Londen of New York worden nu huizen gebouwd zonder keuken: de huizenprijzen zijn zo hoog en dat wordt er als eerste uit bezuinigd.
Ik vind dat wel een zorgwekkende ontwikkeling, omdat uit eten gaan vaak veel minder gezond is. Ik heb zelf natuurlijk lang in de keuken gewerkt, en daar waren we voornamelijk bezig met of een gerecht lekker is, niet of het gezond is. Het is vaak zout en vet en dat kan prima één keer per week of per twee weken, maar is niet geschikt voor dagelijkse consumptie. Je ziet het wel meer gebeuren, maar nog niet veel koks zijn bezig met écht gezond koken voor iedere dag.’

Wat zou je mensen willen aanraden die zelf thuis bewuster met voedsel om willen gaan, maar niet zo goed weten waar te beginnen of wat nou echt helpt?

‘Ik denk er een paar dingen zijn die iedereen kan doen. Het eerste is meer plantaardig en minder dierlijke producten eten. Dat klinkt misschien gek uit de mond van een worstmaker, en ik geloof ook echt dat er ruimte is om vlees te eten, maar in Nederland hebben we wel een soort cultuur waar het heel gewoon is om bijna elke dag drie keer vlees te eten. Het is op persoonlijk niveau misschien te verantwoorden: het is vaak goedkoop en overal verkrijgbaar dus lijkt heel vanzelfsprekend, maar als je kijkt hoe we dieren houden in de vleesindustrie, vaak met minimaal respect voor het dier, dan is het niet verantwoord.
Daarnaast wordt er nog steeds heel veel eten weggegooid, zo’n 30 procent. En omdat voedsel niet heel duur is en het misschien niet veel verschil maakt in je eigen leven lijkt dat misschien niet zo erg, maar als je kijkt naar de impact van voedselproductie wereldwijd op onze aarde en het milieu, dan is 30 procent echt heel veel.
Dus minder vlees en minder verspillen. Maar voor veel mensen geldt ook minder eten in het algemeen. Hier gaat het dus ook weer over allemaal verschillende dingen: duurzaamheid, maar ook gezondheid.’

 










0 Reacties


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

3 × 4 =





Vorige artikel

Beleef dé topskigebieden van Oostenrijk

Volgende artikel

Weekendtips 4 en 5 november




Volgende artikel

Beleef dé topskigebieden van Oostenrijk

ADVERTORIAL - De echte ski- en snowboardfanaten weten vaak precies wat ze willen van een skigebied: sneeuwzekerheid, strak...

01/11/2017