Het recept voor geluk

Archief / Weet / 29/01/2018

 

Handleidingen voor een gelukkig leven zijn er genoeg en blinken zelden uit in rationaliteit. Maar wie geluk ontleedt, stuit op meetbare materie en universele principes, schrijft Joppe Gloerich. Kun je gelukkig worden door simpelweg de wetten van de logica te volgen?

 

Bhutan. Hoewel er alle redenen zijn voor een zwaarmoedige kijk op het leven, vormen de Bhutanen een baken van welbehagen

Twee weken na zijn aanstelling krijgt iedere nieuwe werknemer van Zappos, een Amerikaanse online-schoenenwinkel, een aanbod. Tijdens die eerste weken heeft hij een intensieve cursus doorlopen waarin de bedrijfscultuur erin is gestampt en met veel ceremonieel de kernwaarden van Zappos uit de doeken zijn gedaan. En dan volgt dus The Offer: de nieuwe werknemer krijgt 3.000 dollar aangeboden om zijn spullen te pakken en nooit meer terug te keren. Besluit hij te blijven en lid te worden van de Zappos-familie, dan gaat het bedrag aan zijn neus voorbij. Bedenktijd: 48 uur.
Er ligt een mooi psychologisch fundament onder The Offer. Ten eerste is het een manier om ervoor te zorgen dat ongemotiveerde figuren nooit de werkvloer bereiken, om aldaar met hun negativisme de sfeer te verpesten. Daarnaast dwingt Zappos een vorm van cognitieve dissonantie af bij zijn werknemers, ten gunste van het bedrijf. Wie het aanbod heeft afgeslagen, zal zich later op een zwak moment misschien afvragen waarom hij dat geld niet heeft gepakt, om vervolgens te concluderen: ‘Dat móet wel zijn omdat ik zo blij en toegewijd ben!’ En naar die gedachte zal hij zich gaan gedragen – als een tot geluk gedoemde werknemer. En een gelukkige werknemer, zo heeft Zappos-CEO Tony Hsieh bedacht, is een productieve werknemer.
Nog een voorbeeld: Bhutan. Een arm en geïsoleerd landje, ingeklemd tussen de vijandige grootmachten China en India. Hoewel er alle redenen zijn voor een zwaarmoedige kijk op het leven, vormen de Bhutanen – blijkens internationale ranglijstjes − een baken van relatief welbehagen in een verder nogal ontevreden regio. Dat heeft alles te maken met koning Jigme Singye Wangchuk, die in de jaren zeventig verordonneerde dat in Bhutan voortaan het ‘bruto nationaal geluk’ de maatstaf zou zijn bij het bepalen van de levenskwaliteit. Dat wat mensen gelukkig maakt, kan rekenen op overheidssteun. Geeft het volk aan blij te worden van natuurschoon? Dan maken we daarvan een topprioriteit.
Het is verleidelijk, zegt Ruut Veenhoven (74), om het Bhutaanse beleid af te doen als handige politieke marketing. Veenhoven is emeritus hoogleraar sociale condities voor menselijk geluk, en was ooit zelf in Bhutan. Hij schudde er de Bhutaanse koning de hand, en constateerde dat het land wordt geregeerd volgens een verlicht soort moderniteitsdenken. ‘Dat zie je niet veel in die regio. Het is niet zo dat de Bhutanen wild gelukkig zijn, maar gezien de middeleeuwse omstandigheden waarin ze leven is hun score op de geluksindex zo slecht nog niet.’
Handige marketing of niet, zowel het personeelsbeleid van Zappos als de Bhutaanse gelukscultus roept de vraag op of het inderdaad mogelijk is om geluk op een zuiver rationele manier te ontleden. Kun je geluk herleiden door simpelweg de wetten van de logica te volgen? Kent geluk een algemeen toepasbare receptuur?

 

Algebra

Jazeker, beweert Sonja Lyubomirsky, hoogleraar positieve psychologie aan de universiteit van Californië. Volgens haar wordt geluk voor 50 procent bepaald door genetische factoren en voor 10 procent door omstandigheden. De resterende 40 procent is maakbaar, en moet worden beschouwd als het resultaat van vrije keuzes. In een formule wordt dat: H (geluk) = S (erfelijkheidsfactoren) + C (omstandigheden) + V (vrije wil).
Jazeker, zegt ook de Britse psycholoog Carol Rothwell. In haar formule staat geluk gelijk aan P + (5 x E) + (3 x H). P zijn daarbij de persoonlijke eigenschappen, E de levensomstandigheden en H de hogere behoeften, zoals ambities en zelfwaardering.
Aan dit soort algebra waagt Ruut Veenhoven zich niet. Maar meetbaar is geluk wel, zegt hij. Veenhoven definieert geluk als de ‘mate van de tevredenheid met het leven als geheel’ en volgens hem zijn er twee basale vragen die het geluksgevoel sturen. De eerste is: hoe voel ik me meestal? Veenhoven: ‘Dit is de gevoelscomponent, evolutionair gezien de belangrijkste factor.’ Daarnaast is er de vraag: heb ik wat ik wil? Het antwoord daarop is sterk afhankelijk van de levensfase. Kinderen weten nog niet wat ze willen, studenten weten dat vaak wel, maar hebben die doelen nog niet verwezenlijkt. En wie wat ouder is en de zaken goed voor elkaar heeft, denkt misschien: is dit het nou?
Vooral dat laatste gegeven gaat gepaard met fascinerende statistieken. Veel twintigers en dertigers, zeker zij die tevreden zijn met hun relatie, willen kinderen en zijn meetbaar gelukkiger rond de geboorte van hun kind. Maar daarna ervaren ze de minder genoeglijke kanten van het ouderschap en blijkt dat kinderen ook een last en een bron van zorgen kunnen zijn. Onderzoek rechtvaardigt de bittere conclusie dat we op de lange termijn per saldo een paar procent ongelukkiger worden van het krijgen van een kind.
Rondom het huwelijk voltrekt zich een vergelijkbare curve: eerst het grote geluk, daarna de harde realiteit. Het gegeven dat we het gelukkigst zijn terwijl we op weg zijn naar geluk, blijkt ook uit het feit dat het geluksgevoel piekt op vrijdagen. Dan zijn we in blijde verwachting van het weekeinde. Het vooruitzicht maakt ons gelukkiger dan we in het weekeinde zelf zijn.
Nog zo’n eigenaardig tandwiel in de geluksmachine: geld. De samenhang tussen geld en geluk is niet lineair; zo neemt in Amerika de welvaart toe, maar het gemiddelde geluk niet. Op persoonlijk niveau doet financiële zorgeloosheid het welzijn weliswaar toenemen, maar slechts tot aan een bepaald inkomensniveau. Uit onderzoek blijkt dat boven een inkomen van ongeveer anderhalf maal modaal geld niet meer gelukkiger maakt.

 

Waar zit het geluk dan?

Aan de achterkant van de schedel, vlak onder de kruin. In dat deel van de hersenen, de precuneus genoemd, moet je zijn om het geluksniveau te voorspellen. Uit een Japanse studie blijkt dat de mate waarin iemand gelukkig zegt te zijn, sterk samenhangt met de grootte van de precuneus. De precieze locatiebepaling  is nieuw, maar al langer is bekend dat geluk waarneembaar is in het brein. Door bepaalde hersendelen te stimuleren, kun je ervoor zorgen dat mensen zich gelukkiger voelen. Is het, met deze kennis op zak, mogelijk om de geluksformules om te draaien? Dus niet: mijn omstandigheden en mijn genen zien er zus en zo uit, en aan de hand daarvan bereken ik mijn score. Maar: ik wil zo en zo gelukkig zijn, dus dit staat me te doen.
Chemisch gezien kan er in elk geval van alles. Er bestaat bijvoorbeeld zoiets als een gelukspil, zegt de Antwerpse neuroloog Dirk Nuytten (55), die veel onderzoek deed naar de factoren die geluk bepalen. ‘Van hormonen als serotonine, oxytocine en dopamine weten we dat ze leiden tot een gelukkig gevoel. Maar al die stoffen hebben bijwerkingen, waarmee je zorgvuldig moet omspringen.’ Ondanks de ethische bezwaren acht hij het heel denkbaar dat er een toekomst is voor zo’n gelukspil. Wat de neuroloog zeker weet, is dat geluk in de hersenen zit. Door verdrietige personen in een MRI-scanner te leggen en de resultaten te vergelijken met scans van ‘vrolijke’ hersenen, werd duidelijk waar in het hoofd zich de gelukscentra bevinden.
Nuytten onderscheidt allereerst het brain reward system. Dat regelt het genotsgevoel, en dat kan van alles zijn: een goede maaltijd, een cantate van Bach, verliefdheid – telkens is er een verlangen, gevolgd door een beloninkje en de aanmaak van dopamine. Minstens even invloedrijk is het default mode network. Dat deel van de hersenen gaat over hogere behoeften als zingeving, sociale contacten en creativiteit. Geluk, zo zegt Nuytten, komt binnen bereik als er een evenwicht is tussen die twee systemen. In zijn definitie kunnen demente mensen daarom ook nooit werkelijk gelukkig zijn: genieten lukt nog wel, maar het besef van zingeving en van de sociale omgeving is te sterk afgenomen
om het default mode network te laten functioneren.
Heeft Nuytten praktische wenken voor de gelukzoeker? ‘Geluk is besmettelijk,’ luidt zijn cryptische antwoord. De Belg doelt op de ontdekking van een subtiel, maar essentieel mechanisme in het brein, veroorzaakt door ‘spiegelneuronen’. Die kwamen aan het licht bij experimenten met apen. ‘Als een aap beweegt, worden hersencellen actief die de beweging sturen. Maar bij een toekijkende aap komen diezelfde hersencellen ook in actie, terwijl die aap stil zit.’ Dit principe manifesteert zich ook bij de mens, en overduidelijk ook wanneer het om gevoelens gaat. ‘Zoals we verdrietig worden bij het zien van verdriet, worden we blij van blije mensen.’
Neurologisch is het dus glashelder dat wie gelukkig wil zijn, er goed aan doet zich te omringen met gelukkige mensen. De cynische verstaander zou hieruit kunnen concluderen dat zuiver altruïsme niet bestaat: alle betrokkenheid bij het lot van de ander draagt bij aan het eigen geluk, en dat weten we best.

 

Geluk, invuloefening?

Daarmee is het streven naar geluk nog niet teruggebracht tot exacte wetenschap. Geluk is emotie, en laat zich niet zomaar berekenen. Maar bij het beteugelen van emoties, helpt het verstand. Emoties zijn als onstuimige paarden, schreef Plato, en de ratio is de koetsier die hen moet mennen.  Een moedige poging om greep te krijgen op de materie ondernam de Egyptenaar Mo Gawdat (50), die diverse topfuncties bekleedde bij Google en Microsoft, maar worstelde met het leven. In zijn boek De logica van geluk (zie kader ‘Ik ging te werk als wetenschapper’) omschrijft hij geluk als dat wat overblijft als we onze perceptie van de gebeurtenissen in het leven verminderen met onze verwachtingen van het leven. Dus: geluk ≥ je perceptie van de gebeurtenissen – je verwachtingen van het leven. Klinkt eenvoudig, maar ook wat nihilistisch. Wiskundig gezien betekent het namelijk
dat hij die niets verwacht, maximaal geluk beleeft. Klopt, zegt Gawdat wanneer hem die redenering wordt voorgelegd: ‘Als je agressieve echtgenoot je elke dag tweemaal slaat, valt het alleszins mee als je op een dag maar
één klap krijgt.’
Wie gelukkig wil worden, heeft niet veel aan geld, betoogt de uit ervaring sprekende chief business officer van Google X, de ‘dromenfabriek’ van de technologiegigant. Geld heeft volgens Gawdat vaak zelfs een averechts effect. ‘De meesten van ons werken keihard om het dure leven te betalen dat bij dat harde werken hoort. Het geld besteden we grotendeels aan de mogelijkheid om hard te kunnen blijven werken.’ Ieder heeft zijn eigen geluksoptimum, maar geheel subjectief is geluk niet. Er zijn wel degelijk universeel geldende principes – natuurwetten, zou je kunnen zeggen.
Volgens socioloog Veenhoven is geluksonderzoek daarom goed te vergelijken met onderzoek naar gezondheid. ‘In het streven naar een gezond leven, gaat de een graag dansen in de maneschijn. Een ander kiest voor een benadering gebaseerd op wetenschappelijk bewezen feiten.’ Ieder mens en elk dier heeft bijvoorbeeld behoefte aan seks, zegt Veenhoven. ‘Al is die neiging bij de mens doorgaans wat uitgesprokener aanwezig dan bij, laten we zeggen, de mug. En mensen houden over het algemeen van gezelschap. Wat dat betreft, hebben we wel wat weg van de haring.’

Benutten

Volgens deze benadering is gelukkig worden in eerste aanzet een kwestie van het vervullen van elementaire behoeften. De effecten daarvan zijn waarneembaar in de hersenen, zowel bij mens als bij dier. Maar heel scherp is het beeld nog niet, zegt Veenhoven. ‘Het is niet zo dat we Bello even door de scanner kunnen halen om te zien hoe
gelukkig hij is.’
Elementaire behoeften vormen het fundament, maar volstaan niet. Voor geluk is meer nodig. Uit alle onderzoeken blijkt dat mensen gelukkiger zijn als ze hun capaciteiten ten volle kunnen benutten. Wanneer de omstandigheden zodanig zijn dat iemand kan excelleren in datgene waarin hij goed is. Het is wat de Amerikaanse
psycholoog Abraham Maslow (1908-1970) ‘zelfrealisatie’ noemde.
Bij die ultieme stap naar geluk is keuzevrijheid cruciaal, benadrukt Veenhoven. De kans dat iemand uitkomt bij een scenario dat precies past bij zijn wensen, is het grootst als er wat te kiezen valt. ‘Je kunt daarvoor de perfecte omstandigheden creëren. Een overheid kan het bijvoorbeeld juridisch makkelijk maken om te scheiden. Op die manier geef je mensen de gelegenheid om uiteindelijk terecht te komen bij een partner die voor hen optimaal is. Het kost wat, zo’n systeem, maar het rendeert wel.’
De westerling heeft het toch al niet slecht getroff en, vult Mo Gawdat aan. ‘Hopelijk beseft de lezer van dit artikel dat hij hoort bij het meest bevoorrechte procent van alle zeven miljard wereldbewoners.’ Van een dergelijk perspectief is het een kleine stap naar de vraag of dat halsstarrige zoeken naar geluk wellicht een product is van de moderne tijd. Het grote geluk als modegril? Misschien, maar daar valt tegenin te brengen dat mode vroeg of laat uit de gratie raakt, wat bij geluk niet erg waarschijnlijk is. En dan nog, zegt Veenhoven. ‘In vroegere tijden berustte menigeen in de gedachte dat het leven in principe één groot tranendal is.’ Daar zijn we wel zo’n beetje vanaf. Gelukkig maar.

——————————————————————————————-

Het geluksalgoritme

Onder druk van haar Joodse familie, die vond dat het tijd werd voor een relatie, ging Amy Webb uit Philadelphia – 30, vrijgezel en dol op data science – op zoek naar een man. Na haar wensenlijstje te hebben losgelaten op de statistieken, concludeerde ze dat slechts 35 van 1,5 miljoen inwoners van Philadelphia in aanmerking kwamen voor een date. Webb stortte zich op online-daten, gefascineerd door de algoritmes die zoekenden daar aan elkaar koppelen.
Een paar dramatische dates later besloot Webb de zaak systematischer aan te pakken. Ze analyseerde de elementen in een profiel waarop mannen zoal aansloegen, en creëerde vervolgens het perfecte profiel, met dito foto. Het werkte, de berichten stroomden met tientallen tegelijk binnen. 

Om uit dit aanbod de geschikte man te selecteren, maakte Webb gebruik van reverse-engineering, ze werd zelf een algoritme. Ze zette alle 72 eigenschappen die ze in een man hoopte te treffen onder elkaar, en rangschikte die op basis van het belang dat ze eraan hechtte. Iedere man kreeg op die manier een score. Toen op een dag een man met een absolute topscore uit het systeem rolde, móest hij wel haar droomman zijn. Eén probleem: hij vond haar niet leuk.

Webb ging daarop nog een stap verder en maakte een groot aantal mannelijke fake-accounts aan. Zo vergaarde ze informatie over vrouwen die aandacht kregen van de mannen die in haar perfecte plaatje pasten. Met die data perfectioneerde ze ten slotte haar eigen profiel… en vond de man van haar leven, met wie ze inmiddels een huwelijk, een kind en een gelukkig leven deelt.

 

 










0 Reacties


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

1 × vijf =

Tags: ,

Joppe Gloerich
Joppe Gloerich
Joppe Gloerich (1983) is sinds juli 2011 eindredacteur bij Elsevier. Hij voltooide in 2007 de master Book & Digital Media Studies aan de Universiteit Leiden. Aan diezelfde universiteit trad hij vervolgens in dienst als docent boekgeschiedenis en journalistiek. Na een stage bij uitgeverij Nieuw Amsterdam ging hij begin 2010 aan de slag als assistent-uitgever bij Leiden University Press. In de zomer van 2011 volgde de overstap naar de eindredactie van Elsevier.




Vorige artikel

'Ook de traditionele verhuizer doet mee'

Volgende artikel

Schitterend in zwart-wit





Misschien vind je deze ook leuk


Volgende artikel

'Ook de traditionele verhuizer doet mee'

Het concept van ScanMovers lijkt een kruising tussen Booking.com en Skyscanner. Speciaal voor mensen die gaan verhuizen,...

18/01/2018