Hoe Nederland zich al eeuwen op de kaart zet

Van Mercator tot Blaeu, en van Hondius tot TomTom: de cartografische geschiedenis loopt over van Hollands glorie. Google Maps had misschien wel nooit bestaan zonder Nederlandse cartografen. En dat terwijl kaarten van groot belang zijn voor onze blik op de wereld, nu en vroeger.

Cartografie
Een wereldkaart van Blaeu uit 1644.

Je kent hem wel. Hij is degene die tijdens een vliegreis altijd minstens een uur naar het route-scherm zit te staren in plaats van dat hij gewoon een film uitzoekt. Als hij een atlas in handen krijgt, is er zó een uur of twee voorbij. Sinds hij een smartphone heeft, zit hij constant in- en uit te zoomen op allerlei plaatsen in Google Maps: van Bergen op Zoom tot Burundi, hij weet het te vinden. Vraag hem naar de hoofdstad van Kirgizië en hij zegt: ‘Bisjkek natuurlijk’. Hij kan trouwens ook een ‘zij’ zijn.

De diagnose die de Britse schrijver Simon Garfield zou stellen? Map-head; kaartengek. Garfields aanstekelijke boek On the Map uit 2013, een wereldwijde bestseller, is een ode aan deze patiënt. De geschiedenis van het kaartenmaken – op het eerste gezicht misschien niet het allerspannendste onderwerp voor een boek – trekt aan de lezer voorbij als een serie boeiende verhalen over ontdekkingsreizen, bittere rivaliteit en politieke spelletjes. Het boek zit bovendien vol opmerkelijke historische landkaarten.

Kaartengekken konden de laatste jaren sowieso hun hart al ophalen aan smakelijke boeken. The Man Who Mapped the World bijvoorbeeld: de biografie van de zestiende-eeuwse kaartenmaker Mercator, in 2003 geschreven door de Britse geograaf Nick Crane, leest als een thriller. Ook is de heruitgave van de historische Atlas Maior door uitgeverij Taschen uit 2010 een aanrader, vooral dankzij de grote verzameling antieke landkaarten.

Wat in al die boeken opvalt: hoe verkeerd hun lezers de wereld eigenlijk te zien kregen. Er staan complete continenten in die niet bestaan. Terra Australis bijvoorbeeld, een soort monster-combinatie van Antarctica en Australië. In onbekende binnenlanden van Afrika werd vaak maar wat gegokt op de geografische kenmerken: zo zijn hele bergketens onterecht op kaarten gekomen. Vele reizigers die zich in die tijd opmaakten voor hevige beklimmingen, kwamen stomverbaasd terug. Simon Garfield beschrijft in On the Map hoe de Franse legerofficier Louis-Gustave Binger in 1889 afreisde naar het legendarische berggebied Kong, dat zich volgens veel kaarten en atlassen uit die tijd uitstrekte over zo’n beetje de helft van West-Afrika. Na terugkomst moest hij zalen vol geografen ervan overtuigen dat die hele keten niet bestond. ‘Aan de horizon was nog geen heuvelruggetje te zien.’ Toch werden de niet bestaande bergen van Kong nog decennialang in atlassen vermeld.

Californië

Cartografie2
In de zeventiende eeuw boksen kaartenmakers tegen elkaar op met versieringen en kunstzinnige interpretaties.

Een andere opmerkelijke vergissing die tot ver in de negentiende eeuw op wereldkaarten stond, is de afbeelding van de Noord-Amerikaanse staat Californië als een eiland. Californië eindigt in het zuiden als het Mexicaanse schiereiland Baja California, maar de noordkant zit toch echt stevig vast aan de rest van het Amerikaanse continent. Generaties kaartenmakers, ook ver nadat er al lang steden waren in Californië, hebben het gebied afgebeeld als een stuk land dat langzaam wegdreef van de andere staten. Iedereen kopieerde van iedereen, en door een bizarre samenloop van omstandigheden had eeuwenlang niemand door dat Californië eigenlijk helemaal geen eiland was. Totdat steeds meer mensen erachter kwamen dat je niet bijster ver kwam als je een rondje om Californië wilde varen. Het is alsof we er nu achter zouden komen dat Texel eigenlijk al die tijd gewoon aan Noord-Holland vastzat.

Wat verder opmerkelijk is in de cartografische geschiedenis: de cruciale rol van Nederlanders. Of nou ja, inwoners van de Nederlanden. Vlamingen en Nederlanders hebben vanaf de zestiende eeuw als geen ander een voortrekkersrol gehad bij het maken en uitgeven van landkaarten. Van Mercator tot Blaeu en van Hondius tot TomTom: aan flink wat cartografische geschiedenis zit een vet Hollands glorierandje.

De man met wie het allemaal begon, is Gerardus de Cremer. Vrijwel niemand zal die naam echter veel zeggen aangezien hij vooral bekendstaat onder zijn Latijnse naam: Mercator. Mercator betekent handelaar: Cremer, kramer, handelaar, vandaar. Hij werd in 1512 geboren vlak bij Antwerpen, groeide op in het dorpje Gangelt net over de Duitse grens bij Sittard, studeerde in Den Bosch en werkte een groot deel van zijn leven in het Duitse Duisburg. Daarom claimen Duitsers, Belgen én Nederlanders hem als een van hen. In alle drie de landen zijn pleinen en straten naar hem vernoemd.

Het is ook niet zo gek dat elk land hem voor zichzelf wil houden: hij bepaalt nog altijd hoe wij naar de wereld kijken. Er heeft na Mercator waarschijnlijk niemand meer rondgelopen die zo invloedrijk is geweest op het wereldbeeld van miljarden mensen. Mercator is namelijk degene die aan de hand van een wiskundige formule een manier bedacht om de wereld weer te geven op een platte kaart. Dat is nog niet zo makkelijk als het klinkt, aangezien de wereld een bol is, en je een bol eigenlijk nooit zomaar kunt projecteren op een tweedimensionaal vlak zonder allerlei rare vervormingen te krijgen.

Hoewel de Mercator-projectie ook veel vervormingen geeft, is het nog altijd de meest gebruikte manier om de wereld als kaart af te beelden, tot in Google Maps aan toe. Mercator is trouwens ook degene die het woord ‘atlas’ introduceerde voor een boek met landkaarten.

Mercator legt de basis voor de bloeiperiode van de Nederlandse cartografie. In zijn tijd is Antwerpen nog de place to be voor landkaarten. Maar door de Spaanse Inquisitie vluchten na de jaren 1580 zo’n beetje alle Vlaamse intellectuelen naar Amsterdam en Haarlem. De koperplaten waarmee Mercator zijn kaarten afdrukte, zijn dan inmiddels in het bezit gekomen van de Vlaamse graveur Jodocus Hondius (of in gewoon Nederlands Joost de Hondt), die in 1593 naar Amsterdam komt om kaarten en atlassen te produceren.

‘Vanaf dat moment begint de Nederlandse gouden eeuw van de landkaarten,’ zegt Peter van der Krogt (58), kaartenhistoricus bij de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam. Zijn onderzoek wordt geciteerd in vrijwel elk populair-wetenschappelijk boek over de geschiedenis van kaarten.

‘De VOC gaat in die tijd de wereld over en zorgt ervoor dat steeds meer afgelegen landen in kaart worden gebracht. Aangejaagd door de avontuurlijke verhalen uit de onbekende gebieden, komt er veel vraag naar kaarten,’ zegt hij. Nederland wordt in die periode massaal kaartengek. Er ontstaat een hele industrie rondom decoratieve landkaarten en atlassen. Niet om de wereld mee over te varen, maar voor aan de muur en in de kast.

‘Cruciaal is de rivaliteit tussen de families Blaeu en Hondius,’ zegt Van der Krogt. Die past inderdaad zo in een toneelstuk. De firma’s Blaeu en Hondius zitten in die jaren pal naast elkaar op de Amsterdamse Dam. Allebei maken ze kaarten; Blaeu eigenlijk eerst alleen zeekaarten, Hondius landkaarten. Maar al snel pikken ze over en weer elkaars materiaal; van auteursrecht heeft dan nog nooit iemand gehoord.

Het zijn dynastieën: zowel bij Blaeu als bij Hondius is de hele familie bij het bedrijf betrokken. De kaartenmakerskunst gaat van vader op zoon, of schoonzoon. Ze bieden steeds harder tegen elkaar op. Een cruciale gebeurtenis is het moment in 1629 dat een afvallig familielid van Hondius een aantal koperplaten van landkaarten onderhands doorverkoopt aan Blaeu. Binnen een jaar publiceert Blaeu zijn eerste volledige atlas, terwijl die tot dan toe alleen door Hondius werd gemaakt.

De wedloop tussen de firma’s van Blaeu en Hondius duurt decennia, wordt bitterder en bitterder, en leidt tot steeds uitbundiger atlassen. In 1662 mondt de strijd uit in de grootste, meest uitgebreide en pompeus versierde atlas ooit: de Atlas Maior (grote atlas) van Blaeu. Het woord ‘grotesk’ dekt de lading niet eens: hij bestaat uit elf delen, met in totaal dik zeshonderd kaarten. Wie hem wilde aanschaffen, moest er een speciale kast bij kopen. Alleen de allerrijksten konden zich dat veroorloven, zegt Van der Krogt: ‘Hij kostte een kapitaal: tot wel 450 gulden voor een volledige atlas. Het is altijd moeilijk exact te bepalen hoeveel dat nu zou zijn, maar zeker tienduizenden euro’s. Een ongeschoolde arbeider verdiende in die tijd bijvoorbeeld niet meer dan 100 gulden per jaar.’

De Atlas Maior geldt nog steeds als het hoogtepunt van de Nederlandse cartografie: de Nachtwacht onder de atlassen. Hondius en zijn nazaten zijn door de Atlas Maior voor altijd op de tweede plaats terechtgekomen.

Winternacht

Cartografie3
De Mercatorprojectie is nog altijd de meest gebruikte manier om de wereldkaart af te beelden, ondanks de vervormingen.

Aan de bloeiperiode van de Nederlandse cartografie kwam een dramatisch einde. In een ijskoude winternacht in 1672 ontstaat in de werkplaats van Blaeu een brand die belangrijke koperplaten en documenten verwoest. Er is nooit vastgesteld hoe de brand is ontstaan, maar hoe dan ook: het familiebedrijf komt de klap nooit meer te boven. ‘In de periode daarna sukkelt de Nederlandse cartografie een beetje in slaap. Kaartenmakers teren nog lang op oude successen en worden ingehaald door de Fransen, Britten en Duitsers die betere en mooiere kaarten gaan maken,’ zegt Van der Krogt.

Maar na dik drie eeuwen is daar gelukkig AND. Dat Rotterdamse bedrijf, opgericht in 1984, ontwikkelt navigatiesoftware en digitale kaarten. ‘AND richt zich op het toevoegen van locatie-intelligentie met als doel bedrijfsprocessen te verbeteren via locatie-technologieën en big geodata,’ volgens de eigen website. Kaartenmaken 2.0 gaat er dus wat anders aan toe dan het ouderwetse handwerk uit de Gouden Eeuw. AND verkoopt zijn kaartensoftware en bijbehorende diensten inmiddels aan bedrijven als Google en Microsoft. Het is beursgenoteerd aan de Amsterdamse Euronext-index, heeft een vestiging in India en er werken ongeveer 85 mensen. Maar het bekendste bedrijf dat de Nederlandse cartografische traditie na eeuwen gekwakkel een vervolg heeft gegeven, is TomTom. Die onderneming, ouderwets in Amsterdam gevestigd, zorgt er vanaf 1991 voor dat iedereen een satelliet-navigatiesysteem bomvol digitale kaarten in zijn auto kan krijgen. TomTom bewerkstelligt een revolutie in het gebruik van navigatiekastjes, de merknaam wordt de soortnaam: ook tomtoms van andere merken heten gewoon tomtoms – in Nederland tenminste.

In 2008 neemt TomTom bovendien het (eveneens Nederlandse) TeleAtlas over, een van de grootste digitale kaartenmakers ter wereld. Nederland is dan weer een belangrijk cartografisch centrum. Er is een stuk meer serieuze concurrentie dan in de zeventiende eeuw, en de hegemonie is lang niet zo absoluut als toen – maar toch. Hoezeer de Nederlandse cartografie terug is van weggeweest, blijkt wel in 2012. Dan sluit TomTom een grote kaartendeal met technologiegigant Apple. Het programma Apple Maps, waarmee het bedrijf de strijd wil aangaan met Google Maps, is grotendeels gebaseerd op TomToms kaarten. Die komen daardoor in één klap op miljoenen iPhones en iPads te staan.

Ongewild zet TomTom daarmee ook een andere Nederlandse traditie voort: die van de fouten in kaarten. Er blijken allerlei vergissingen in Apple Maps te staan: bruggen die helemaal niet bestaan, onmogelijke routes en heuvels die in werkelijkheid vlak land zijn. De moderne bergen van Kong dus.

De heftige reacties op de fouten van TomTom en Apple laten wel zien hoe belangrijk kaarten nog altijd zijn voor onze blik op de wereld. Wat dat betreft, is er weinig veranderd sinds de tijd van Mercator. Kaarten bieden houvast, richting. Ze bepalen hoe we de wereld zien. En bovendien toont de massale ophef wel aan: er zijn ontzettend veel kaartengekken in de wereld.

Dit artikel verscheen in Elsevier Juist nr. 10 – juli/augustus 2014.