In gesprek met: Samuel Wuersten van Holland Dance Festival

Archief / In gesprek met / 10/01/2018

Door: Joos Levie
 

foto: Joris-Jan Bos Photography

Van 25 januari t/m 11 februari vindt het tweejaarlijkse Holland Dance Festival in verschillende Nederlandse steden plaats. Juist Magazine sprak met artistiek directeur Samuel Wuersten (56) over het festival en zijn functie.

Jullie willen dans toegankelijk maken voor een groot publiek. Wat bedoelen jullie daar precies mee?

‘Precies dat. We willen niet zeggen dat dans voor een publiek is wat er voor gestudeerd heeft, maar een signaal afgeven dat dans voor een groter publiek is dan men denkt. Ik merk vaak dat mensen zeggen: leuk, dans, maar ik weet niet zo goed wat ik ermee moet en eigenlijk weet ik er ook niet zo veel vanaf. Er liggen drempels voor mensen die helemaal niet nodig zijn.’

 

Dus jullie willen een drempel weghalen om te laten zien dat iedereen dans leuk kan vinden?

‘Ja, en dat is natuurlijk met alle cultuur zo: het is niet voor één speciale doelgroep. Zo werkt het niet met kunst, maar mensen denken er vaak toch wel zo over. Wij willen dus mensen aanmoedigen om te komen kijken.’

 

Hoe doen jullie dat?

‘We delen ons programma zo in dat het toegankelijk blijft. Ik heb zelf een grote affiniteit met het virtuoze aspect van de dans. Je zult bij ons niet zo snel een voorstelling bezoeken waar je naar kijkt en denkt: Is dit eigenlijk wel dans? Dus niet zo conceptueel. We zijn echt van de ‘dans-dans’, de fysieke dans. Dit is dan niet beperkt door een bepaalde dansstijl zoals klassiek, maar heel breed. Je kan bij ons ook een spectaculaire hip-hop voorstelling zien, en dit jaar zelfs voor het eerst een Canadese dansvoorstelling op ijs, Le Patin Libre.
Daar bedoel ik niet mee dat het laagdrempelig is, of  ‘voor ieder wat wils’: ik heb er juist voor gekozen om met Holland Dance Festival de strijd aan te gaan en meer publiek voor dans te vinden. Het is mijn passie, en ik ben er heilig van overtuigd dat de dans in Nederland, die al heel goed is, nog beter wordt door meer publiek. Dans heeft nu te weinig publiek.’

 

En dat lukt ook?

‘Jazeker. En daar zijn we niet de enige in hoor. Ik ben 20 jaar geleden begonnen met het werk dat ik nu doe, en toen moest ik keuzes maken. Wat voor soort festival wil ik? Wat zullen mijn speerpunten zijn? En vanaf dag één was voor mij duidelijk dat mijn belangrijkste speerpunt is: meer publiek voor dans. Er zijn genoeg interessante choreografen en goede gezelschappen, daar ben ik niet voor nodig. Pas echt een uitdaging is er voor zorgen dat veel meer mensen vaker naar dans gaan kijken.’

 

Onderscheidt Holland Dance Festival zich daarmee van andere festivals wereldwijd?

‘Ja ik denk dat wij daar wel onderscheidend in zijn, het is een duidelijke keuze geweest. Kijk, de vraag is natuurlijk wanneer je onderscheidend bent. Ik zou nooit het enige dansfestival willen zijn, maar ik wil wel graag herkenbaar zijn. Dat is belangrijk. Maar ik vind het ook belangrijk om naar andere festivals e kijken hoe zij te werk gaan, en daaruit inspiratie te halen.’

 

Wat vind je zelf het leukste aan je functie?

‘Het leukste vind ik aan mensen iets laten zien wat eerder niet toegankelijk voor ze was. Soms simpelweg omdat de voorstelling nooit in Nederland werd opgevoerd. Ik vind het heel leuk dat bijna ons hele programma bestaat uit primeurs. Dat geeft veel voldoening.
Maar aan de andere kant hou ik ook heel veel van bestaande dingen hoor, het is niet zo dat ik alleen maar nog niet eerder vertoonde dingen wil laten zien.  Bij het komende festival hebben we bijvoorbeeld een voorstelling die voor de derde keer in tien jaar te zien is, omdat het een stuk is waar ik echt dol op ben. Het is Le sacre du printemps van Stravinsky, een prachtig muziekstuk waar de Israëlische choreograaf Emanuel Gat een voorstelling van heeft gemaakt gebaseerd op salsa. Een hele bijzondere combinatie natuurlijk, maar het is een prachtig en ingenieus stuk. Dat het dan voor de derde keer in ons programma staat is dan misschien niet erg vernieuwend, maar dat hoeft ook helemaal niet.
Het is mijn verantwoordelijkheid om het programma samen te stellen en dingen te bedenken. Soms initiëren we ook projecten voor het festival, dus worden er producties opgezet waar we vanaf het begin bij zijn. Maar het is soms ook een kunst om een voorstelling te boeken, en er voor te zorgen dat het financieel en logistiek lukt om die naar Nederland te halen tijdens ons festival. Het zijn veel afwisselende taken, en elk project dat we doen is een ander verhaal over hoe het gelukt is om het hier te krijgen. Als dan zoiets lukt, geeft dat elke keer heel veel voldoening.’

 

Martha Graham Dance Company: PeiJu Chien Pott in Chronicle © Hibbard Nash Photography

Betekent dat ook dat je ver vooruit moet kijken?

‘Absoluut. Het komende festival is eind deze maand, en terwijl iedereen volop daarmee bezig is ben ik alweer bezig met het nieuwe festival, over twee jaar. Ik ga nog enorm genieten als het festival plaatsvindt, maar over het programma zelf hoef ik me geen zorgen meer te maken want dat staat nu, en wordt verder door mijn geweldige collega’s geregeld.’

Naar welke voorstelling kijk je zelf het meeste uit komend festival?

‘Ik vind het heel bijzonder dat het ons gelukt is om The Martha Graham Dance Company, een Amerikaans gezelschap, naar het festival te halen. Het heeft een historische connotatie, Martha Graham is een pionier van de moderne dans in de 20e eeuw. Het is ook zo bijzonder dat die voorstelling in Den Haag, Rotterdam en Amsterdam te zien zal zijn. Het was een grote uitdaging om dat gezelschap te boeken, zowel financieel als organisatorisch, en ik ben heel erg blij dat het gelukt is. Het is uniek dat we dat kunnen zien in Nederland.’

 

 










0 Reacties


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

1 × vijf =

Tags: , ,



Vorige artikel

3voor10

Volgende artikel

Grootse gebouwen in beeld





Misschien vind je deze ook leuk


Volgende artikel

3voor10



09/01/2018