De Sahara: zonnestroom voor de hele wereld

Als slechts 1 procent van de Sahara wordt vol gelegd met zonnepanelen, levert dat genoeg op om Europa, het Midden-Oosten en Noord- Afrika van elektriciteit te voorzien. Willemijn de Koning op bezoek bij Noor in Marokko, het grootste zonne-energieproject ter wereld

 

Noor – 3.000 hectare aan zonnepanelen

Vanuit Ouarzazate, een stad ten zuidoosten van Marrakech, rijden we langzaam naar de Marokkaanse woestijn.
Een asfaltweg brengt ons aan de rand van de stad die faam genoot door de vele filmstudio’s. Nu is de stad vooral bekend door zonnepanelen, want hier ligt het grootste geconcentreerde zonne- energieproject (CSP) ter wereld: Noor.De enorme vlakte van zo’n 3.000 hectare is opgedeeld in vier delen: Noor 1, 2, 3 en 4.
Precies in het midden is het bedrijf Masen gevestigd, dat verantwoordelijk is voor Noor. Boven in het gebouw kun je de scheiding tussen de verschillende delen van Noor goed zien. Twee enorme vlaktes met glinsterende zilveren zonnepanelen – Noor 1 en 2 – lachen ons toe. Ze bevinden zich naast een ronde vlakte van dezelfde panelen die rondom een toren zijn gestationeerd: Noor 3. Even verderop zien we nog wat leeg terrein en tractors. Hier moet Noor 4 komen.
Mustapha Sellam (47), directeur van het project in Ouarzazate, neemt ons mee naar Noor 1. Eenmaal dichtbij dringt de werkelijke grootte van de zonnepanelen pas echt door. Elk zonnepaneel is zo’n 12 meter hoog, ovaal gebogen en hangt in een stalen constructie. Erboven zien we een buis hangen. ‘De zonnepanelen komen uit Duitsland, de buis is Frans en de constructie Marokkaans,’ zegt Sellam. Noor 1, 2 en 3 bestaan uit CSP zonnepanelen.
Dit betekent dat de panelen de zonnestralen weerspiegelen naar een buis daarboven met een speciale vloeistof. In de zomer wordt deze vloeistof rechtstreeks uit een tank gehaald, waardoor deze al warm is. In de herfst en winter wordt hij opgewarmd met olie. De zonnepanelen verhitten deze vloeistof, die circuleert in de buizen, tot nog hogere temperaturen.
‘Bij Noor 1 en 2 staan de zonnepanelen naast elkaar en wordt de vloeistof tot 400 graden heet. Bij Noor 3 hebben we de zonnepanelen rondom een toren geplaatst zodat ze de zonnestralen naar een punt boven op die toren weerkaatsen. Daardoor wordt de vloeistof nog heter, 555 graden,’ legt Sellam uit. Dit goedje wordt deels met water omgezet in stoom dat turbines moet aandrijven die elektriciteit produceren. Het andere deel wordt gebruikt om gesmolten zout in grote tanks te verhitten. Hierdoor blijft de warmte opgeslagen en kan er na zonsondergang ook stoom worden geproduceerd. Door deze techniek kan Noor 1 drie uur energie opslaan, Noor 2 zeven en Noor 3 acht. Eén nadeel: je hebt voor de CSP-techniek veel water nodig. Naast het water dat nodig is om stoom op te wekken, moeten de zonnepanelen ook met water worden schoongemaakt. Het water komt uit een dam, 12 kilometer van het project, en wordt opgeslagen in tanks die maximaal 300.000 kubieke meter water kunnen bevatten. ‘Ik verzeker u dat wij verantwoordelijk zijn voor niet meer dan 1 procent van de totale waterconsumptie in Marokko,’ aldus Sellam.

Technici zijn bezig met de aanleg van Noor 2
Minder water

Noor 4 werkt anders, met photovoltaiczonnepanelen (PV). Hierbij worden de zonnestralen direct omgezet in elektriciteit, waardoor het bijna onmogelijk is om de energie op te slaan – dat zou alleen kunnen met enorme meren of batterijen. Als de zon ondergaat, moet de centrale dus stoppen met produceren. Voordeel is dat je hiervoor minder water nodig hebt en dat deze directe productie minder duur is. De gemiddelde kosten voor elektriciteit gecreëerd met CSP zijn zo’n 0,16 dollar per kWh, terwijl elektriciteit opgewerkt met PV-zonnepanelen 0,03 dollar per kilowatt kost – soms zelfs minder. ‘We willen een combinatie ontwikkelen van PV en CSP. Een techniek waarbij je energie kunt opslaan en die minder duur is dan CSP.’ Sellam wijst naar een gebouw in de verte. ‘Daar onderzoeken we nieuwe technologieën.’
Inmiddels heeft Noor zich uitgebreid naar andere steden in Marokko. ‘De elektriciteit die we hier opwekken, wordt gebruikt door bewoners in deze regio,’ zegt Sellam. ‘Maar transport kost geld en je verliest energie.

Daarom zijn we nu bezig met projecten in andere regio’s.’ In Midelt, zo’n 500 kilometer naar het noordoosten, bouwt Masen een bijna net zo groot zonnepanelenpark als in Ouarzazate – ook met zowel de CSP- als PV-techniek. Daarnaast komen er in het diepe zuiden – Laâyoune en Boujdour – PV-panelen die samen 100 megawatt moeten opwekken. In 2020 wil Masen 2 gigawatt aan zonne-energie leveren. Uiteindelijk wil Marokko zo veel energie produceren, dat er ‘over’ is om naar Europa te exporteren. Nu moet Marokko nog geregeld energie uit Spanje halen. Daarvoor liggen al twee kabels tussen de landen. Deze wil Masen gebruiken om de energie ook naar Spanje te exporteren als dat nodig is. Dat is al een paar keer gebeurd, als Spanje even ‘omhoog’ zat, vertelt Sellam trots. ‘Uiteindelijk willen we de energie naar meer landen in Europa transporteren, maar dan moet je denken an een tijdpad van vijftig jaar. Eerst Marokko.’
Marokko is niet het enige land dat speelt met het idee om energie te transporteren van de Sahara naar Europa. Klimaatverandering en een eindige voorraad fossiele brandstoffen dwongen overheden en bedrijven in deze gebieden eerder al te zoeken naar een nieuwe bron van energie. De denktank Club van Rome en de Trans-Mediterrane Hernieuwbare Energie Coöperatie (TREC) waren hier al lang mee bezig. In 2007 gaven ze een witboek uit, waarin ze schone energie uit de woestijnonderzochten. Ze focusten zich op de Sahara, de grootste zandwoestijn op aarde: net zo groot als China. De woestijn begint in Marokko en strekt zich uit via Mauritanië, Mali, Niger, Algerije, Tunesië, Libië, Tsjaad en Sudan naar Egypte. In de zomer kan de temperatuur oplopen tot soms wel 60 graden Celsius. ‘Eén procent van de woestijn – ongeveer 900.000 vierkante meter – in NoordAfrika kan Europa, het MiddenOosten en NoordAfrika al van genoeg elektriciteit voorzien,’ aldus de organisaties.

Kolonisatie

Vanuit deze gedachte ontstond het Desertecconcept. Dit werd de basis van de Desertec Foundation. Die werd in 2008 opgericht en dient als ambassadeur en sponsor van het idee om zonneenergie op te wekken in de Sahara en die energie deels naar Europa te exporteren. ‘We wilden vooral overheden en investeerders overtuigen van het idee,’ vertelt Oliver Steinmetz (56), medeinitiatiefnemer van de Desertec Foundation en vertegenwoordiger van de regio MiddenOosten en NoordAfrika (MENA). ‘Sommigen zagen ons idee als een nieuwe vorm van kolonialisme, maar we vertelden dan dat gekoloniseerde landen zelf geen geld verdienen, en bij dit project wel.’
De Desertec Foundation ging later een samenwerking aan met twaalf bedrijven die (indirect) een belang hadden bij de droom van de stichting. ‘In die tijd waren we volop in het nieuws en werd ons idee goed ontvangen. Vooral na onze presentatie op de klimaattop in Denemarken in 2009 zijn we veel benaderd voor samenwerking. Veel bedrijven gingen met ons in zee uit angst de boot te missen, maar velen zagen ook dat ze het idee nodig hadden om voort te bestaan. Verzekeraars bijvoorbeeld. Zij constateerden dat het aantal overstromingen toenam en klimaatverandering de reden was, dus dat ze een nog grotere toename konden verwachten. Dan zouden ze failliet gaan, dus ze steunden graag het idee om de CO2 uitstoot in de wereld te verminderen en zo de klimaatverandering tegen te gaan.’
Uiteindelijk hebben meer dan vijftig bedrijven zich aangesloten. De Desertec Foundation deed vooral veel onderzoeken en publiceerde deze. Toen dat doel was bereikt, werden de aandeelhouders het niet eens over wat ze hiermee wilden doen. Ook brak in die tijd de Arabische Revolutie los, wat de regio ongewild maakte voor investeringen. Zo hield de samenwerking op te bestaan, maar de Foundation en het idee om de EUMENAregio met zonne-energie vanuit de Sahara te voorzien, zijn nog springlevend.