Verbrand je bucketlist!

Een afgezaagd concept: de bucketlist. Elif Isitman legt uit dat deze populaire vrijetijdsbesteding een nieuwe vorm van materialisme is en op het sterfbed niks oplevert

Het idee dat ervaringen gelukkiger maken dan bezittingen is inmiddels wel tot eenieder doorgedrongen. Maar bij een groeiende groep maakt het plaats voor een nog paradoxalere vorm van materialisme: de bucketlist.
Het verschijnsel vindt zijn oorsprong in het Engelse gezegde ‘kicking the bucket’, wat plat gezegd ‘sterven’ betekent. De term vond zijn weg naar de volksmond door de populaire film The Bucket List (2007), een nogal afgezaagde comedy met Jack Nicholson en Morgan Freeman over twee terminale mannen die – goh, verrassing – nog een paar dingen willen doen voordat ze sterven. Op zich was dat geen slecht idee voor een film over terminale, oudere mannen. Maar vreemd voor niet-terminale mensen, die zich vooral richten op een gelukkig leven maar tegelijkertijd ook aan de alledaagse beslommeringen willen ontsnappen.
Bucketlists zijn niet alleen uitgegroeid tot een populaire tijdsbesteding en veelgebruikte hashtag: er is een hele industrie omheen gebouwd. Reisbureaus maken gretig gebruik van de populariteit van bucketlists, en er zijn complete Instagram-, Pinterest- en andere socialemedia-pagina’s gewijd aan het fenomeen. Het is het zoveelste symptoom van een cultuur waarin alles minutieus gepland en online gedocumenteerd moet worden, maar er tegelijkertijd spontaan en nonchalant moet uitzien. En zoals het werkt met beelden op sociale media versus de realiteit: zelden zit er echte spontaneïteit achter.  Bucketlists duiden op een onvermogen om in het ‘hier en nu’ te leven, en op een drang naar controleerbaar geluk – dat vaak helemaal niet controleerbaar is. Hoe mindfulness-achtig dat ook klinkt.

Psychologisch onderzoek wijst uit dat spontane geluksmomenten en prettige momenten van sociaal contact juist veel beter in het geheugen blijven plakken dan evenementen waaraan veel planning is vooraf gegaan. Het grappige is dat hoe origineler de bedenker lijkt te denken dat het idee is, hoe clichématiger het in werkelijkheid is. Hoe origineel ben je immers nog als je bent gaan diepzeeduiken op Sipadan, langs de alpaca’s bij Machu Picchu hebt gewandeld of met dolfijnen hebt gezwommen op Curaçao? Tik het woord ‘bucketlist’ maar eens in bij Instagram. Gegarandeerd dat er op de eerste pagina al direct beeld van deze twee activiteiten verschijnt. Je ziet nooit foto’s van iemand die een biertje drinkt met zijn beste vriend #bucketlist. Of iemand die met zijn hond stoeit #bucketlist. Terwijl dat volgens onderzoekers toch echt de dingen zijn waarvan we het meest gelukkig worden. Bovendien is het ook maar de vraag in hoeverre je er gelukkig van moet worden als het je wel lukt om je bucketlist in zijn geheel af te werken. Je zou namelijk bijna gaan denken dat je leven daarna zinloos is. Je kunt net zo goed dood.
Ik vraag me oprecht af hoeveel mensen op hun sterfbed met voldoening denken: ‘Ik ben blij dat ik in elk geval 15 van de 32 puntjes heb afgewerkt.’
Ik heb het aangedurfd om maar eens het volgende te googelen: ‘Things people regret on their death bed.’ De resultaten zijn een reeks aan verklaringen van palliatieve verzorgers over gesprekken met patiënten. En wat blijkt? Niemand die zegt spijt te hebben van het feit dat bungeejumpen boven het Great Barrier Reef er nooit van is gekomen, of dat hij of zij graag nog had willen kajakken in de Noorse fjorden.
Een greep uit de meest genoemde verklaringen: ‘Ik wou dat ik niet zo hard had gewerkt.’ ‘Ik wou dat ik me minder had aangetrokken van wat anderen van me vonden.’ ‘Ik wou dat ik beter contact had onderhouden met vrienden.’ En: ‘Ik wou dat ik toxische mensen vaker uit mijn omgeving had geweerd.’ Precies, allemaal punten die met de sociale omgeving te maken hebben.

Verbranden dus, die bucketlist, en lekker met vrienden de kroeg in gaan.