Waar blijft die robotslaaf?

Archief / Innovatie / Weet / 19/10/2017

 

Doemdenkers vrezen dat robots alle banen inpikken, maar zo’n vaart loopt dat niet, schrijft Ruud Deijkers. Robots zijn lang niet zo slim als futuristen voorspelden. Nuttige robots kunnen vaak maar één kunstje: ze zijn single-purpose in plaats van multi-purpose. Mensen zijn knapper en blijven dat voorlopig

Robotarm van het Japanse bedrijf Yaskawa. De armen hebben ‘gewrichten’ en aan het uiteinde
instrumenten als grijphandjes of lasapparaten. De robots doen eentonig fabriekswerk

Nano-robots zullen door de menselijke aderen kruipen, humanoid of mensachtige robots zullen de ouderen verzorgen en op het slagveld zullen zij oorlogen uitvechten. Pas maar op, straks pikken robots ook alle banen in, en daarna de rest van de wereld. Maar voor er paniek uitbreekt of we ons rijk rekenen, moet eerst de balans worden opgemaakt: hoe snel ontwikkelt de robot zich eigenlijk?
‘Om eerlijk te zijn, kunnen de robots van tegenwoordig niet heel veel meer dan die van vijftig, zestig jaar geleden,’ zegt hoogleraar Martijn Wisse (41), directeur van het Robotics Institute van de Technische Universiteit Delft. ‘De meeste robots staan nog steeds in fabrieken en doen eentonig werk. Dat werk doen ze wel steeds beter door de ontwikkeling van nieuwe computers, sensoren en batterijen.’ De industriële robots waarop Wisse doelt, zijn niet sexy. Ze hebben geen gezichten met ogen en een mond. De gemiddelde robot is een eenarmige machine met scharnieren en motortjes. Aan die ene arm zit gereedschap gemonteerd. Dat gereedschap kan van alles zijn: een lasapparaat, een grijphandje, een verfspuit.
Sommige robots hebben een zuigertje waarmee ze eieren kunnen oppakken zonder ze fijn te knijpen. In slachterijen zagen slachtrobots met cirkelzagen kadavers door. Het Japanse Yaskawa is één van de grootste robotbouwers ter wereld. Er werken – ironie – meer dan veertienduizend mensen. De eerste robot van Yaskawa, de MOTOMAN-L10 uit 1977, was een arm met vier assen. Nu staan er in de catalogus armen met zeven draaipunten. De opdrachten voor de eerste generatie robots moest je millimeter voor millimeter invoeren. Nu gaat dat razendsnel met een laptop. Toch, het principe van de robot is onveranderd. De armen doen de hele dag hetzelfde werk: lassen, moertjes aan boutjes draaien, dingen verplaatsen. Yaskawa verkoopt één robot per werkdag in de Benelux. Een concurrent van menselijk personeel? Dat valt mee. Robots doen werk dat mensen niet willen of kunnen doen. Ze werken samen met mensen. Bovendien, zou je robots in autofabrieken vervangen door mensen, dan zou een auto zo duur zijn als een huis.

Futuroloog

Vroeger had men hoge verwachtingen van robots. Die zou je in de toekomst overal tegenkomen, ook buiten de fabrieken. Zo voorspelde de vooraanstaande Britse futuroloog Meredith Thring (1915-2006) in 1964 in de New Scientist dat de huisvrouw binnen twintig jaar een ‘robotslaaf’ zou hebben voor alle routineklussen. Een robot die de bedden opmaakt, de tafel dekt en zo nu en dan de stofzuiger door het huis haalt. Een beetje als robotbediende Rosie uit de futuristische tekenfilmserie The Jetsons. ‘Wanneer kan ik er een kopen,’ riepen huisvrouwen in 1964 in koor. Maar twintig jaar later, in 1984, was die robotslaaf nog nergens te bekennen. En dat is nog steeds zo. Een halve eeuw technologische vooruitgang heeft huishoudens slechts ‘servicerobots’ gebracht die maar één kunstje kunnen zoals stofzuigen of grasmaaien. De meeste robots zijn toegerust voor één opdracht, ze zijn van het type single-purpose in plaats van multipurpose. Het blijkt verdraaid lastig om een mechanisch manusje-van-alles te maken. Een geruststelling voor hen die vrezen dat robots morgen slimmer zijn dan wij. Het duurt nog wel even voor het zover is.

Stofzuigrobots zuigen om tafelpoten heen, ze schuiven de tafel niet opzij

Mensen steken zo vernuftig in elkaar, die kunnen we nog lang niet namaken. Een voorbeeld. Mensen vinden stofzuigen dom werk, maar voor machines is het een onmogelijke opgave. Want stofzuigen is meer dan rondjes rijden en zuigen. Een écht behulpzame stofzuigrobot ruimt eerst het speelgoed of rondslingerende kleren op en schuift daarna – net als een mens zou doen – de bank eventjes van de muur om ook langs de plinten te zuigen. De commerciële robotstofzuigertjes van onder meer Samsung en iRobot zijn alleen effectief in opgeruimde kamers. Uit onderzoek blijkt zelfs dat bijna alle eigenaars van een stofzuigrobot het huis aanpassen voor hun rondsnorrende hulpje. Denk aan het herschikken van meubels en het vervangen van hoogpolig tapijt door linoleum. ‘Roombarisatie’ heet dat, naar de bekende Roomba-stofzuiger van iRobot. De robotjes zijn leuke gimmicks voor techies, maar nog geen serieuze hulp in het huishouden.
Thring begreep in 1964 al dat de meeste mensen niet in klinische kubussen willen wonen om hun robot niet in de weg te zitten. De robotslaaf van de toekomst moest kunnen functioneren in elk huis, ongeacht de inrichting. Geen onoverkomelijk probleem, dacht hij: veel technieken lagen immers al klaar voor gebruik. Hij worstelde nog wel met het probleem van de oog-hand-coördinatie: hoe herkent de robotslaaf het verschil tussen een mes en een vork als hij de tafel dekt? Ach, dacht Thring, computers met moderne transistoren lossen dat soort problemen wel op.

Vergrijzing

De rekenkracht van computers verdubbelt al decennia elke twee jaar, volgens de Wet van Moore. Maar daardoor zijn robots nog niet zo snugger dat zij net als mensen zichzelf en de wereld om zich heen begrijpen. Mensen herkennen in één oogopslag een theekopje, ook al hebben ze zoiets nog nooit gezien. Mensen weten bovendien wat ze met dat kopje kunnen doen, en hoe ze dat moeten doen. Ze pakken het kopje en zeventienduizend
voellichaampjes in de handpalm geven aan de hersenen door wat ze voelen. In no-time stellen de hersenen de handbewegingen bij op basis van die informatie. Robots kunnen dat niet. Robots evolueren langzaam omdat de Wet van Moore niet van toepassing is op de mechanica, de discipline die robots een ‘lichaam’ geeft. Het kost veel tijd, geld en knappe koppen om bewegende delen te ontwerpen en te testen. Het vraagt jaren ontwikkeltijd om een robothand te creëren die een slappe kroket heelhuids in een bakje legt. De investering in een mechanische vinding staat niet altijd in verhouding tot wat zij oplevert. Robots zijn dus niet zo knap geworden als de futurologen van weleer hoopten.
Maar dat wil niet zeggen dat robots niet kunnen helpen bij saaie, nauwkeurige of gevaarlijke arbeid. Door de vergrijzing is het sowieso niet verkeerd dat machines mensen assisteren. De robots van nu zijn in staat tot eenzijdig werk, maar stapje-voor-stapje doen ze dat werk wel zorgvuldiger en zelfstandiger dan hun voorgangers. Betere batterijen geven ze meer bewegingsvrijheid en door slimme sensoren – zoals 3D camera’s – kunnen ze meer ‘herkennen’. Robots nemen niet alle banen over, ze voorkomen dat mensen het werk van robots moeten doen. Maar een veelzijdige robotslaaf, daar zullen huisvrouwen, en huismannen, nog lang op moeten wachten.

Robotjes van het bedrijf Starship Technologies uit Londen bezorgen boodschappen, pakketjes
en eten. Ze zijn uitgerust met negen camera’s en ultrasonische sensoren om obstakels te vermijden

Slimme karretjes

De robot van Fleet Cleaner maakt schepen schoon terwijl deze laden en lossen

Veel robots zijn nuttig alleen omdat zij zich zelfstandig verplaatsen. Deze Autonomous Intelligent Vehicles ogen simpel, maar zijn slim genoeg om zich voort te bewegen, al dan niet met een vracht op hun rug of gereedschap onder hun buik. De bekendste voorbeelden van rondrijdende robotjes zijn de stofzuig- en grasmaaierrobots. Maar door bedrijfspanden rijden ook zelfsturende robots die de vloeren boenen, en er hangen bewakingsrobots met camera’s en zwaailichten. Er zijn nog talloze voorbeelden. In de Rotterdamse haven maakt de robot van het Nederlandse bedrijf Fleet Cleaner de romp van containerschepen schoon terwijl deze hun vracht laden of lossen. De robot beweegt zich, onder en boven water, met magneten over het schip. Het schoonmaken bespaart rederijen veel tijd en geld. Het bedrijf Starship Technologies uit Londen, opgericht door Ahti Heinla en Janus Friis die eerder aan de wieg stonden van beldienst Skype, bouwt bezorgrobotjes. Als de karretjes  aan de technische eisen en verkeersregels voldoen, wil het bedrijf Domino’s er in Nederland pizza’s mee aan huis bezorgen. Van een andere schaal zijn de tientallen, kolossale, zelfrijdende vrachtauto’s in en rond de mijnen in de dorre Pilbararegio in Australië. Zij halen de ijzererts op die automatische drilboren loshakken. Mijnbouwer Rio Tinto werkt bovendien aan zelfstandig rijdende treinen die de erts verder vervoeren.

Zes camera’s in de CoreTakr zijn nodig om de kern van een krop sla te vinden

IJsbergslaontkernrobot

Een ingenieus messensysteem snijdt de kern uit de sla. Dat gebeurt vijftienhonderd keer per minuut

Stapel alle kroppen ijsbergsla die per jaar in Nederland worden gegeten op en je krijgt een berg van 1.360 meter hoog. Machines helpen bij het hakken en snijden van de sla die bijvoorbeeld ligt tussen Big Macbroodjes. Dat is geen rocket science. Maar voor je kunt gaan snijden, moet eerst het harde stronkje, de kern, uit de krop worden gehaald. Knappe robot die dat voor elkaar krijgt. Het  Nederlandse bedrijf Food Technology Noord-Oost Nederland (FTNON) heeft een robot die dat – na jaren van onderzoek en ontwikkeling – kan: de CoreTakr.
‘Sla ontkernen is mensonterend werk,’ zegt Richard van der Linde (46), directeur van FTNON Delft. ‘De slasnijders werken bij een temperatuur van 4 graden en 95 procent luchtvochtigheid.’ Hoe simpel de handeling ook lijkt, er komt nogal wat bij kijken: een krop voorzichtig oppakken, kijken en herkennen waar de kern zit, de kern wegsnijden zonder de rest van de krop te beschadigen. Zes camera’s in de CoreTakr observeren de sla. Een zeer krachtige computer herkent krop en kern, grijphandjes pakken
de krop voorzichtig op en draaien hem zo dat messen de kern eruit kunnen snijden. Deze handeling gebeurt vijftienhonderd keer per uur, dat is bijna 1.000 kilo sla. De robot werkt vijf keer sneller dan mensen en levert 3 procent minder slaverlies. Van der Linde wil niet zeggen wat de machine kost, maar in één tot anderhalf jaar verdient hij zichzelf terug, ervan uitgaande dat het werk normaal door vijf goedkope arbeidskrachten wordt gedaan.  Een beetje moderne robot telt niet mee als hij niet ook nog eens een flinke bak gegevens verzamelt. Die gegevens zijn goud voor de producenten. De ontkernrobot verzamelt per dag 1 terabyte aan informatie over alle kropjes die door zijn robotvingers vliegen. De gegevens kunnen worden gebruikt om de productie te verbeteren en te verhogen, en om meer winst te maken.

LEA ondersteunt bij het lopen, helpt bij het plannen van een dagritme en kan zelfs dansen

Lea(h)

In september 2014 schreef Juist Magazine over Leah, een prototype zorgrobot met grijparm en hoofd, van een onderzoeksteam van de Technische Universiteit Delft. Het was een zorgrobot als uit een sciencefictionfilm. Hoe is het Leah en nakomelingen vergaan?
Uit het onderzoeksteam is het bedrijf Robot Care Systems ontstaan dat verder heeft gewerkt aan een praktische, betaalbare zorgrobot. En dat is gelukt. Leah werd LEA – een afkorting van Lean Empowering Assistant – en kan dit jaar nog worden gekocht of ingehuurd door onder meer zorg- en revalidatiecentra.
LEA lijkt vreemd genoeg niet meer op Leah: hij heeft geen armen en ook geen hoofd met ogen, neus en mond. De onderzoekers van Robot Care Systems hebben LEA getest in verschillende landen. De praktijk wees uit dat ouderen helemaal niets willen weten van zo’n enge robot met een hoofd. LEA werd omgevormd tot een vertrouwd apparaat: een rollator. Maar het is wel een knappe rollator.
De robotrollator rolt op commando naar zijn baasje. De robot heeft een videoscherm waarmee de gebruiker kan communiceren met bijvoorbeeld familie. LEA helpt ook bij het plannen van een dagritme. LEA rijdt zelfstandig naar de plaats waar de gebruiker hem naartoe stuurt, maar waarschuwt ook voor obstakels op het pad via een batterij aan slimme sensoren. Onder het karretje zit bijvoorbeeld een draaiende laser verstopt. LEA geeft extra stabiliteit bij het lopen en danst zelfs een walsje of de salsa met de gebruiker.

 










0 Reacties


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

vier × een =



Ruud Deijkers
Ruud Deijkers
Ruud Deijkers (1981) werkt op de redactie onderzoek van Elsevier. Deijkers studeerde sociologie en journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. In 2004 liep hij stage op de economieredactie van Elsevier en in 2005 binnen het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Eerder was hij redacteur en woordvoerder van een internationaal spreker en werkte hij als onderzoeker bij onderzoek- en adviesbureau I&O Research. Hij schreef voor onder meer het Sociologisch Antropologisch Periodiek (SoAP) en Donau, tijdschrift over Zuidoost-Europa.




Vorige artikel

Wildlife Photographer of the Year

Volgende artikel

Weekendtips 21 en 22 oktober




Volgende artikel

Wildlife Photographer of the Year

De tentoonstelling 'Wildlife Photographer of the Year' opent op 20 oktober in het Natural History Museum in Londen. Hier...

17/10/2017